Doodlopende hulp of een doodlopend economisch model?

Dambisa Moyo, een econome van Zambiaanse afkomst die carrière maakte bij de Wereldbank en Goldman Sachs, schreef een boek over ontwikkelingshulp: Dead Aid, of Doodlopende Hulp. Ze bekritiseert de systematische geldstromen die via Westerse regeringen en internationale instellingen als het IMF en de Wereldbank naar overheden in ontwikkelingslanden stromen. Moyo stelt dat deze geldstromen er niet in geslaagd zijn om structurele economische groei te brengen en dat het hulpgeld daar zelf verantwoordelijk voor is. Afrika moet  volgens Moyo andere financieringsbronnen gebruiken voor haar ontwikkeling. Stoppen of doorgaan met deze ontwikkelingshulp, dat is de vraag.

Het is de schuld van de hulp

Dambisa Moyo is niet mals voor een halve eeuw ontwikkelingshulp. Hulp is volgens haar verantwoordelijk voor omzeggens alle ellende van Afrika.

  • Hulp is verantwoordelijk voor armoede en corruptie, want hulp leidt tot corruptie, corruptie tot slecht beleid, wat resulteert in minder groei, meer armoede, waardoor er weer meer hulp nodig is die tot meer corruptie leidt enz
  • Hulpt ontmoedigt sparen en investeren
  • Hulp leidt tot inflatie
  • Hulp zorgt voor een stijging van de wisselkoers waardoor de export daalt
  • Hulp veroorzaakt conflicten of versterkt ze minstens

Het zijn harde uitspraken en enerzijds ben je geneigd instemmend te knikken tijdens het lezen van het boek. Want hoe frustrerend is het niet vast te stellen dat bepaalde landen en hun leiders vastgeroest zitten in een met ontwikkelingsgeld gefinancierde dwangbuis van politiek cliëntelisme, die vooruitgang blokkeert om de positie van enkelen te beschermen?

Maar anderzijds ontbreken Moyo's stellingen vaak de nodige onderbouw. Critici van Dead Aid (zie referenties) verwijten Dambisa Moyo dan ook dat ze onderzoeken negeert die haar stellingen tegenspreken of dat ze onderzoeksbesluiten fout interpreteert om ze te doen passen. Zij voeren van hun kant cijfers aan die aantonen dat hulp wel bijdroeg tot de economische groeicijfers van vele landen en dat zonder hulp veel ziekten niet bestreden zouden zijn.
Samengevat luidt de kritiek dat de symptomen die Moyo beschrijft wel reëel zijn, maar dat Moyo tekort schiet in haar bewijsvoering dat de oorzaak van de aangehaalde problemen zomaar toe te schrijven is aan hulpgeld.

Of Moyo nu op al haar punten gelijk heeft? Het zou weinig bijdragen aan het debat van daar lang bij te blijven stilstaan. Er zijn al genoeg auteurs die hun kritiek formuleerden en er zijn genoeg boeken die alle problemen verbonden aan ontwikkelingshulp afdoende en genuanceerd behandelen.
Het onderwerp is te belangrijk om in een welles-nietes-spelletje te verzanden tussen voor- en tegenstanders van Dead Aid. De problemen in de wereld zijn daarvoor te urgent. En men kan er niet omheen dat de hulpstromen in teveel gevallen te weinig resultaat hebben geboekt.

Moet hulp daarom op korte termijn afgebouwd worden, zoals Moyo voorstelt? Of zijn de globale uitdagingen vandaag van die aard dat die hulp er anders moet uitzien? En moet dat uberhaupt het etiket "hulp" krijgen? De vraag "hoe kan het anders en beter", is een vraag die iedereen zich moet stellen. Of men het nu eens is met Moyo of niet. De antwoorden op die vragen hebben implicaties op alle partijen die van ver of dichtbij betrokken zijn bij ontwikkelingssamenwerking. Dus ook op Vredeseilanden, ook al bespreekt Moyo de rol van ngo's amper in haar boek en gaat haar aandacht bijna exclusief uit naar de financiële stromen van bilaterale (van regering tot regering) en multi-laterale hulp (via internationale instellingen als de Wereldbank).

Ingediend door Jelle Goossens op 3 September, 2009 - 14:15. Categorie :