Campagne

Foto: Jimmy Kets
Foto: Jimmy Kets

Leontine Batcho en de comeback van de West-Afrikaanse rijst

Afrika is verzot op rijst. Toch was de eigen rijstproductie tot voor enkele jaren nagenoeg onbestaande. Alles werd geïmporteerd uit Azië. Dat verandert onder druk van de voedselcrisis en de stijgende prijzen op de wereldmarkt. Het potentieel voor rijstteelt in Benin is enorm. De obstakels die overwonnen moeten worden, zijn dat ook. Maar boerinnen als Leontine Batcho smijten zich om een Beninse kwaliteitsrijst op de markt te brengen. Vredeseilanden springt hen bij met investeringen, met opleidingen en bij het zoeken naar nieuwe markten.

"Zonder inkomen ga je niet vooruit"

Leontine Batcho is moeder van 5 kinderen en 8 geadopteerde kinderen. Ze woont met haar familie in Savalou, in het département des Collines. Iedere week verkoopt ze 500 kg gestoomde rijst op de nabijgelegen markt van Glazoué (25 ton per jaar). Normaal verkopen boeren hun ongepelde rijst (“paddy”) door aan een verwerker, die de rijst pelt en polijst. Door de rijst echter in de pel te stomen in grote potten, is ze rijker aan voedingsstoffen en sneller klaar te maken. Dankzij de meerprijs die Leontine & co voor dit deel van de rijstoogst kunnen vragen, verschaft de gestoomde rijst een extra inkomen voor de vrouwen in de dorpen. “Zonder inkomen, ga je niet vooruit”, vertelt Leontine. “Je kinderen kunnen niet naar school en zelf blijf je ter plaatse trappelen. We moeten bouwen aan een beter leven. De rijst bezorgt ons ieder jaar vaste inkomsten.”

Het parcours dat Leontine samen met de andere boeren aflegde mag gezien worden. Het verhaal van de Beninse rijst begint rond 2002. De meeste boeren halen hun inkomen dan nog uit de katoenteelt... Tot de prijzen op de wereldmarkt kelderen, door overproductie en exportsubsidies in de VS. Een drama voor de boerenfamilies, die snel een alternatief moeten vinden. Daarom onderzocht Vredeseilanden de mogelijkheden naar een nieuwe bron van inkomsten en voedselzekerheid. Het antwoord lag eigenlijk voor de hand. In de streek vind je namelijk tal van zogenaamde bas-fonds, die tijdens het regenseizoen onder water komen te staan. Om die reden vond de plaatselijke bevolking ze altijd ongeschikt voor de landbouw, en lagen ze dus braak. Maar uit onderzoek bleek dat hier wel eens de kiem voor een bloeiende rijstcultuur kon liggen.

Een plaats veroveren op de markt

Er volgden lastige jaren. Boeren moesten zich stevig bijscholen. Hoe maak je de bas-fonds klaar om te bewerken? Hoe moet je rijst zaaien? Hoeveel meststof mag je gebruiken? Hoe bescherm je de planten tegen ongedierte? Hoe oogst je de rijst? De kennis van de Farmer Field Schools werd meteen in de praktijk omgezet. Het aantal rijstboeren steeg, en zo ook de productie. Aanvankelijk diende de rijst vooral voor eigen consumptie. Nu de voedselzekerheid in de regio veilig gesteld is, kan het surplus op de markt verkocht worden.

Om echt vooruit te gaan, moet je dan wel een goede prijs krijgen op de markt. Dat bleek een probleem. Concurreren met de Aziatische rijst? Haast onmogelijk. De boeren van Savalou teelden verschillende variëteiten door elkaar, hun rijst bevatte veel gebroken korrels en onzuiverheden door gebrekkige verwerkingstechnieken. Bovendien schenkt Japan jaarlijks tonnen rijst aan Benin als “ontwikkelingshulp”, die onder de marktprijs verkocht worden.

Focus op kwaliteit

Hoogtijd dus om stevig bij te schakelen. Dat gebeurt in 2005 wanneer Colruyt zich engageert om een actieve rol te spelen in het begeleiden van de boeren om hun kwaliteit op te krikken. De ambitie werd er alleen maar groter op: rijst telen die voldoet aan de strengste eisen, zodat ook Colruyt ze in de rekken wil plaatsen.

Met begeleiding van Vredeseilanden organiseren de boeren zich in Unions Communales des Riziculteurs (UCR). Een strakkere organisatie is nodig om iedereen aan een gemeenschappelijk teeltplan te houden. Een intern controlesysteem zorgt ervoor dat elke boer dezelfde normen hanteert, ondermeer bij het gebruik van kunstmest en pesticiden. Er wordt gekozen voor één specifieke rijstvariëteit: de IR841. Die geeft het meeste opbrengst én wordt gesmaakt door Beninse en Belgische consumenten. Door te werken met één variëteit vermindert ook het percentage korrels dat breekt in de pelmachine. Over de jaren investeerde Vredeseilanden mee in vochtigheidsmeters, weegschalen, paletten en een stockageruimte die voldoet aan de wettelijke criteria rond hygiëne.

Dat allemaal met één doel: de kwaliteit van de rijst naar een niveau tillen dat zelfs de meest veeleisende consument bevredigt: een lange korrel, minder dan 15% gebroken korrels, geen onrijpe rijstkorrels of ander onzuiverheden. Het zijn veel stappen tegelijk, zeker voor boeren die nog maar pas rijst produceren. De bijkomende eisen om het fairtradelabel te halen maakten er soms een mission impossible van. Maar in augustus 2010 was alles rond: Max Havelaar kende het label toe en alles was klaar om een symbolische hoeveelheid van 24 ton naar België te verschepen, die in oktober 2010 in de winkels lag.

Alles verandert

“Het is een grote eer dat Colruyt in onze dorpen rijst komt kopen”, zegt Leontine. “Dat bewijst dat we er echt op vooruit gaan en dat de kwaliteit van ons product een enorme sprong heeft gemaakt. Ons leven als producent is de voorbije jaren compleet veranderd. We verdienen meer, en dat zie je aan alles. Er is beter en gevarieerder eten, de kinderen gaan naar school, er wordt meer gebouwd. Alles verandert.”

Alles verandert. Ook de rol die Vredeseilanden gedurende al die jaren speelt. Van het geven van basisondersteuning op het veld tot spelverdeler tussen boerenorganisaties, verwerkers, overheden en supermarkten om tot een gesmeerde rijstketen te komen.

En nu?

Nu komt het er vooral op aan de consument op de lokale markt te overtuigen. De “Riz des Collines” moet een sterk merk worden, zo sterk als de Aziatische rijst. Grootste obstakel is de gebrekkige verwerkingscapaciteit in Benin. De pelmachines zijn verouderd en zorgen voor veel breuk in de rijst. Kunnen de boerenorganisatie starten met een eigen verwerkingsfabriek? Of liggen er kansen om in zee te gaan met de moderne verwerkingseenheid van de staat die recent gebouwd werd? Dat is een vraag die op korte termijn een antwoord moet krijgen. Dan komt het erop aan ook de supermarkten in Benin mee te krijgen, zodat zij actief de Beninse rijst gaan promoten. Dat een Belgische supermarkt het product in haar gamma heeft, is daarbij een grote plus, maar de boerenorganisaties moeten zich commercieel nog veel beter organiseren om te kunnen onderhandelen over contracten.

Ook bij de verwerking tot gestoomde rijst is er nog ruimte voor verbetering. Hoewel Leontine’s rijst nu al gretig afzet vindt, kan het stoomproces stukken efficiënter en duurzamer - nu wordt er veel hout verstookt voor het vuur. Moderne technologie op basis van zonne-energie kan een antwoord zijn. Maar dat vergt opleiding en een sterk businessplan, zodat de onderneming van deze vrouwen kans heeft op slagen.

Verder moeten de boeren omgaan met de gevolgen van klimaatverandering. Minder regen, die zich slechter laat voorspellen, brengt toekomstige oogsten in gevaar. En met minder water meer doen... Dat vraagt om een uitgekiend waterbeheer.

Bij al die vragen zal Vredeseilanden de boeren en hun organisaties de komende jaren bijstaan.

Enorm potentieel

Samen met de rijstboeren van Benin werken we aan de comeback van de West-Afrikaanse rijst. Het potentieel van Benin is enorm. De productie steeg er van 22.259 ton in 1996 tot 151.604 ton in 2009. En nog is slechts 10% van het beschikbare land voor rijst gecultiveerd. Benin kan een netto-exporteur van rijst worden en duizenden boerenfamilies kunnen daar een schitterende zaak mee doen. Maar dan moeten er wel antwoorden gevonden worden op de vragen die er liggen rond vermarkting en duurzaamheid.