FAQ

Enkele veelgestelde vragen over Vredeseilanden...

Algemene vragen

Wat is het verschil tussen noodhulp en structurele hulp?

Structurele hulp is niet hetzelfde als noodhulp. Noodhulp, zoals het uitdelen van voedsel- of kledingpakketten, is belangrijk en nodig om het hoofd te bieden aan crisissituaties. Het is hulp op korte termijn. Structurele hulp daarentegen wil oplossingen bieden op lange termijn. Meer specifiek probeert Vredeseilanden ervoor te zorgen dat boerenfamilies een goed inkomen kunnen hebben, zodat hulp op lange termijn overbodig wordt. Dat doen we door de werking van boerenorganisaties te ondersteunen, door te lobbyen bij nationale en internationale overheden voor een beter landbouwbeleid, etc.

De meeste ontwikkelingsspecialisten, alsook Vredeseilanden, zijn van mening dat een structurele en langetermijn visie de juiste aanpak is om echte ontwikkeling op gang te brengen. Noodhulp en structurele hulp zijn complementair.

Wat is duurzame landbouw?

Vredeseilanden ondersteunt boerenfamilies in het Zuiden die hun inkomen uit duurzame landbouw halen. ‘Duurzaam’ wil zeggen dat er aan de behoeften van vandaag wordt voldaan, zonder de behoeftevoorziening van de toekomstige generaties in gevaar te brengen.

‘Duurzame landbouw’ wil zeggen dat de boeren en boerinnen produceren op een manier die

  • economisch verantwoord is: met de gegeven input een maximum aan output produceren.
  • sociaal rechtvaardig is: eerlijke prijzen voor de voedselproducten van de consument aan de producent, gelijke inkomens voor mannen en vrouwen, deelname van de boer(in)en in het beslissingsproces, betaalbare prijzen voor de consumenten.
  • ecologisch leefbaar is: er wordt geen afbraak gedaan aan het milieu, er worden productiemethodes gebruikt die rekening houden met het bewaren van de biodiversiteit, via voldoende diversificatie van teelten wordt de bodemkwaliteit behouden.
  • cultureel aanvaardbaar is: relaties zijn gebouwd op vertrouwen, samenwerking en respect voor de culturele integriteit van de samenleving.

Duurzame landbouw die steunt op lokaal beschikbare bronnen, geeft familieboeren ook de kans om de controle over hun eigen bronnen en markten te behouden, en zo de garantie op voedselzekerheid.

Is duurzame landbouw hetzelfde als biolandbouw?

Duurzame landbouw is niet per definitie biolandbouw, maar biologische landbouw is wel een vorm van duurzame landbouw. Biolandbouw richt zich in de eerste plaats op ecologische duurzaamheid, maar de beweging van de biologische landbouw erkent ook het belang van sociale, economische en culturele duurzaamheid.

De pioniers van de biologische landbouw waren boeren die zich op een constructieve manier hebben afgezet tegen de evolutie die zich vanaf de jaren ’50 in de landbouwsector voltrok: de evolutie naar een sterk gemechaniseerde landbouwsector die volop gebruik maakte van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen.

Sinds 1991 heeft de biolandbouw in Europa en elders (ook in het Zuiden) een wettelijk kader. Boeren die hun producten onder de naam ‘biologisch, ecologisch of organisch’ verkopen, moeten aan duidelijk omschreven criteria voldoen, die gecontroleerd worden door een extern controle-orgaan. Hoewel deze wetgeving zich enkel op ecologische principes concentreert, blijft bij het grootste deel van de biobeweging ook de aandacht voor sociale, economische en culturele duurzaamheid bestaan. In 2005 aanvaardde de IFOAM (International Federation of Organic Agriculture Movements, de internationale koepel voor alle organisaties die rond biologische landbouw actief zijn) een aantal basisprincipes in die zin, die aan de grondslag van biologische landbouw moeten liggen:

  • Het gezondheidsprincipe: Biolandbouw erkent dat gezondheid van bodem, plant, dier en mens één en ondeelbaar zijn, en zorgt voor een verbetering van deze gezondheid.
  • Het ecologische principe: Biolandbouw is gebaseerd op levende ecosystemen en kringlopen, en helpt deze mee in stand te houden.
  • Het rechtvaardigheidsprincipe: Biologische landbouw is gebaseerd op relaties die rechtvaardigheid garanderen, zowel ten aanzien van het leefmilieu als van alle levende wezens.
  • Het voorzorgprincipe: Biologische landbouw wil op verantwoorde wijze rekening houden met de toekomstige generaties en het leefmilieu van morgen.

Vredeseilanden zetelt in de Raad van Bestuur van Bioforum-Vlaanderen, de koepel van biologische landbouw en voeding. www.bioforum.be

Wat is familiale landbouw?

In een ‘familiaal’ landbouwsysteem hebben boeren en boerinnen hun zeg over de keuze van gewassen, de organisatie van het werk, de verdeling van de inkomsten, en beheren ze de productiefactoren (grond, water, zaaigoed, grondstoffen, gereedschap, krediet...). Dit is anders dan in een ‘industrieel’ landbouwsysteem (de agro-industrie), waar kapitaal en grond in handen zijn van enkelingen. Veelal is monocultuur de norm en boeren worden landarbeiders. Het overgrote deel van de mensen in het Zuiden werkt in de ‘familiale’ landbouw. 

Verschillende analyses bewijzen dat investeren in familiale landbouw de beste manier is om boerenfamilies in het Zuiden uit de armoede te halen. Onlangs werd dit nog bevestigd in een groot rapport van de VN, waar een 400-tal wetenschappers uit verschillende disciplines aan meewerkten:  the International Assessment of Agricultural Knowledge, Science and Technology for Development (IAASTD) 

Toch leven er nog heel wat vooroordelen over familiale landbouw: dit soort landbouw wordt vaak geassocieerd met begrippen als “archaïsch”, “voorbijgestreefd”, “onproductief”, “niet in staat tot innovatie”, “zelfvoorzienend”,  “gekant tegen verandering”, “verstard”, “anti-economisch”, “niet competitief”, “niet aangepast aan de markt”, enz. Omgekeerd worden landbouwbedrijven met kapitaalintensieve productiemiddelenmeestal bestempeld als “modern”, “dynamisch”, “ondernemend”, “geïntegreerd met de markt”, “effectief”, “rendabel”, enz.

Echter...

  • Familiaal = Anti-economisch?: veel analyses wijzen op de concurrentievoordelen van de familiebedrijven voor de valorisatie van productiefactoren. Ze kunnen economisch efficiënter zijn dan andere, zogenaamd moderne vormen van landbouw. Jammer genoeg worden ze vaak geconfronteerd met een ongelijke toegang tot grond, kredieten, zaaigoed, infrastructuur,...
  • Familiaal = Verstard? : de familiale landbouw heeft bewezen dat hij dynamisch en flexibel is, kan innoveren, vernieuwingen kan integreren, betere antwoorden op signalen van de markt kan geven en zich weet aan te passen aan snelle veranderingen van de economische en institutionele context (soms tegen een helaas hoge sociale en economische prijs). Zo is de familiale landbouw er ondanks de bescheiden middelen gedeeltelijk in geslaagd de enorme uitdaging van de demografische groei op te vangen. Laten we niet vergeten dat de Afrikaanse bevolking in de afgelopen 25 jaar meer dan verdubbeld is!
  • Familiaal = Marginaal? : de familiale landbouw levert een grote bijdrage aan de economie (percentage van het BIP) en aan de werkgelegenheid, zowel in de Afrikaanse landen als in andere continenten. In de landen van het Zuiden zijn bijna 1,3 miljard mensen actief in de landbouw. Wanneer we rekening houden met de families die er direct van leven, vertegenwoordigt de familiale landbouw zelfs 2,5 miljard mensen. Dat is 41% van de wereldbevolking.
  • Kleiner = Minder rendabel?: In de landbouw is de productiviteit niet evenredig met de grootte van de bedrijven. De grote omvang van bedrijven is niet altijd een factor van schaaleconomie.

Download hier de definitie van familiale landbouw

Over Vredeseilanden

Waarom zet Vredeseilanden in op markttoegang voor boerenfamilies?

Door de economische liberalisering overal ter wereld, worden steeds meer openbare diensten geprivatiseerd. Tot in de kleinste gemeenschappen is het zo dat scholen voor de kinderen of gezondheidszorg niet meer gratis zijn. In landen waar het grootste deel van de bevolking leeft van landbouw, moeten boerenfamilies hun oogst dus aan een rechtvaardige prijs verkocht krijgen om te kunnen leven.

Maar om heel verschillende redenen is het voor boeren en boerinnen dikwijls heel moeilijk om een goede plaats in de markt te kunnen verwerven. Dat heeft te maken met kwaliteitseisen waaraan hun producten niet kunnen voldoen, gebrekkige opslagplaatsen en andere infrastructuur, malafiede opkopers die de markt domineren, het feit dat ze geen verwerkingsmachines hebben, de eisen van de consument niet kennen, geen zicht hebben op de prijsvorming van producten etc.

Vredeseilanden vindt dat er in de eerste plaats moet gezorgd worden dat boeren en boerinnen hun producten in de eerste plaats moeten kunnen verkopen in hun eigen streek of in de buurlanden, en dat pas in tweede instantie moet gekeken worden naar exportmogelijkheden.

Deels vanuit ecologische principes (het energieverbruik bij lange afstandstransporten), maar vooral vanuit sociale en economische beweegredenen. Boerenfamilies in het Zuiden telen voornamelijk voedselgewassen, die doorgaans bestemd zijn voor nationale consumptie. De huidige voedselcrisis bewijst hoe belangrijk het is om in eigen streek genoeg voedsel te hebben.

Ook hebben boerenorganisaties zo meer controle en inspraak in markten dicht bij huis, waardoor het makkelijker is om langdurige relaties met handelaars en consumenten aan te gaan en te komen tot eerlijke afspraken en verkoopszekerheid.

Kan ik op bezoek gaan bij een partnerorganisatie van Vredeseilanden in het Zuiden?

Jaarlijks organiseren we een vrijwilligersreis. Deze reis is een mix van toerisme en bezoeken aan partnerorganisaties van Vredeseilanden. Heb je interesse? Contacteer dan de vrijwilligerscoördinator van je provincie voor verdere info.

Heb je zelf een reis gepland naar één van de landen waar Vredeseilanden werkt, en wil je graag op bezoek gaan op het plaatselijk kantoor van Vredeseilanden, of bij boerenfamilies waarmee we werken? Dat kan, maar we weten dit graag op voorhand, zodat onze medewerkers tijd kunnen maken. Als je zomaar binnenvalt, is de kans groot dat er andere activiteiten gepland zijn, en je niet de ontvangst zal krijgen die je verdient. Je coördinator kan een bezoek regelen.

De contactgegevens van de vrijwilligerscoördinatoren vind je op www.vredeseilanden.be/contact

Waarom is gender een belangrijk aspect in de aanpak van Vredeseilanden?

Vrouwen spelen een sleutelrol in ontwikkelingsprocessen. De verschillende organisaties die vandaag Vredeseilanden vormen hebben al sinds de jaren tachtig programma’s uitgebouwd die de situatie van de vrouw willen verbeteren.

Stilaan groeide daarbij het besef dat werken aan verandering voor de vrouwen niet kan zonder daarbij ook de mannen te betrekken. Daarom is er binnen Vredeseilanden sinds begin jaren negentig geopteerd voor een genderaanpak, een benadering die oog heeft voor heel dat complexe relatienetwerk van mannen en vrouwen in hun samenleving.

Werken aan een meer rechtvaardige wereld is ook werken aan meer rechtvaardige verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Dit betekent dat Vredeseilanden in al haar activiteiten er naar streeft de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen te verminderen.

Wat is advocacy of beleidsbeïnvloeding? Wat houdt dat in voor Vredeseilanden?

Eenvoudig gezegd betekent 'advocacy' dat Vredeseilanden advocaat wil zijn van alle mensen zonder stem in onze partnerlanden. Maar dan wel een advocaat die zijn cliënt aanmoedigt zelf het woord te nemen.

Advocacy kan zich afspelen op dorpsniveau of tegenover nationale regeringen. Maar aangezien handelsverdragen tussen regio's in de wereld een belangrijke invloed hebben op het leven van boerenfamilies, wil Vredeseilanden ervoor zorgen dat arme boerenfamilies uit het Zuiden ook gehoord worden in bijvoorbeeld de Europese Commissie en Wereldhandelsorganisatie.

Wat doet een Vredeseilanden Vrijwilliger?

Vredeseilanden kan in Vlaanderen rekenen op de medewerking van meer dan 10.000 vrijwilligers, die zich voor de organisatie inzetten via allerlei taken. Voor iedere kandidaat-vrijwilliger zoeken we een taak die hem of haar op het lijf geschreven is! Dat kan zijn:

  • ambassadeur van Vredeseilanden :  door Vredeseilanden te vertegenwoordigen in de Gemeentelijke Raad voor Ontwikkelingssamenwerking (GROS), maar ook binnen je eigen familie-, vrienden- en kennissenkring of je werkomgeving (bijvoorbeeld een fototentoonstelling organiseren in de inkomhal van je bedrijf).
  • fondsenwerving : meehelpen met de verkoop van onze campagnegadgets aan de Vlaamse grootwarenhuizen tijdens ons campagneweekend in januari, meewerken aan de logistieke organisatie van deze grootwarenhuisverkoop (bijvoorbeeld materiaal verdelen), een geldactie opzetten in je eigen gemeente, vereniging of bedrijf, mailings organiseren naar mogelijke donors, ...
  • de campagne FairTradeGemeenten : meehelpen om binnen je gemeente promotie te maken voor producten van eerlijke handel en voor duurzame landbouw, sensibiliserende acties opzetten rond eerlijke handel en duurzame landbouw, meewerken om met je gemeente de titel van ‘FairTradeGemeente’ binnen te halen,…
  • scholen en jeugdverenigingen contacteren :  om het educatieve aanbod van Vredeseilanden te promoten, om hen te vragen mee te helpen met geldacties, om de campagne ‘Deze school is verkocht’ te promoten,…
  • meewerken in nationale organen :  participeren aan werkgroepen (bijvoorbeeld rond vrijwilligersreizen), zetelen in de Algemene vergadering en/of de Raad van Beheer van Vredeseilanden,…
  • andere taken: zoals het ontwerpen van software, het begeleiden van een vrijwilligersreis, lay-out werk, nieuwe vrijwilligers aanspreken,…

Meer info over de vrijwilligersactiviteiten vind je hier. Wil ook jij ons graag een handje toesteken? Geef een seintje geven aan een van onze vrijwilligerscoördinatoren.

Hoe werkt Vredeseilanden samen met het bedrijfsleven?

Bedrijven, deel van het probleem of deel van de oplossing?

In samenwerking met vele andere actoren werkt Vredeseilanden, vanuit haar missie, rol en mogelijkheden, aan een duurzame toekomst voor de planeet waarbij economische, sociale, ecologische en culturele evenwichten worden gerespecteerd. We zijn ervan overtuigd dat de complexiteit en de hoogdringendheid van de problematiek waarvoor we vandaag staan (wereldwijde armoede, migratiestromen, klimaatverandering, grondstoffen- en energieproblematiek, water- en voedselconflicten,…) een analyse en aanpak vragen waarbij overleg noodzakelijk is en waarbij krachten gebundeld moeten worden tussen uiteenlopende sectoren (overheden, private sector, civiele maatschappij,…). Globale problemen vragen globale inzichten en oplossingen.

In die zin erkennen wij, naast de stimulerende en normerende rol van overheden en de signaalfunctie van het middenveld, ook het belang en de drijvende kracht van het bedrijfsleven in onze samenleving en zien we ook haar potentiële bijdrage aan duurzame ontwikkeling.
Dialoog als centrale waarde

“Dialoog” is niet alleen een basiswaarde voor Vredeseilanden maar ook één van de leidende werkingsprincipes. Een welbegrepen dialoog bestaat erin dat gesprekspartners respectvol luisteren naar elkaar, zich openstellen voor elkaars standpunt. Echte dialoog vraagt niet dat de gesprekspartners elkaars standpunt delen, maar houdt wel de hoop in dat de diverse standpunten verrijkt worden. Een dialoog stopt wanneer een respectvolle en luisterende houding ontbreekt.

Dit betekent dat Vredeseilanden a priori zelden een deur sluit, indien deze dialoogattitude aanwezig is. Voor Vredeseilanden is financiële steun vanuit het bedrijfsleven een mogelijke aanleiding om met het bedrijf in kwestie te praten over en te werken aan een bredere inbedding van maatschappelijk relevante thema’s in de bedrijfsvoering zelf. Zelf neemt Vredeseilanden een ‘actief luisterende houding' aan en willen we onze visie en manier van werken verrijken, ook met inzichten vanuit het perspectief van het bedrijfsleven.

Over de jaren heen – en we zullen daarin blijven investeren- zijn we dan ook vaak initiatiefnemer geweest om bedrijven, NGO’s en andere actoren zoals overheden en wetenschappelijke instellingen rond eenzelfde tafel te brengen met betrekking tot relevante Noord-Zuidthema’s. Via Kauri (waarvan we mede-oprichter zijn) maar vaak ook in een rechtstreekse relatie.

Zo organiseerden we een paar jaar geleden samen met Kauri, Max Havelaar en Oxfam Wereldwinkels een multistakeholder-dialoog met betrekking tot labelling van koffie. Bedrijven zoals Douwe Egberts, Rombouts, Delhaize en Colruyt zaten mee rond de tafel. Momenteel faciliteren we een dialoog tussen NGO’s, de Belgische administratie voor ontwikkelinssamenwerking, BTC, Wereldbank,… in functie van een coherenter landbouwbeleid wereldwijd.

We praten, wisselen kennis uit en experimenteren met bedrijven zoals Colruyt over hun en onze rol in de landbouwketen.

We willen ook niet naïef zijn. We weten dat sommige bedrijven zich gemakshalve allerlei schaamlapjes opspelden. We zijn ook niet blind voor de ideologische huisjes die door sommige actoren worden opgetrokken. Maar we willen vooral vooruit kijken, praten, experimenten en innovatieve projecten opzetten, ook met de koplopers van het bedrijfsleven die de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap in de kernactiviteiten toepassen.

Kunnen we in de klas iets doen rond Vredeseilanden?

Natuurlijk! Zowel voor het lager onderwijs als voor het middelbaar onderwijs voorziet Vredeseilanden quizzen, stellingenspellen, video’s, fototentoonstellingen, brochures, educatieve websites en lesmappen om de thema’s en verhalen van Vredeseilanden in de klas te brengen. Je kan met je klas of school ook deelnemen aan het campagneweekend in januari, of je kan met je klas zelf een inzamelactie op touw zetten! Je kan ook een animator van Vredeseilanden uitnodigen in je klas. Kijk eens op onze Doe mee-pagina, of neem contact met ons op als je een specifieke vraag hebt.

Wat is de missie van Vredeseilanden?

Voor miljoenen boeren in het Zuiden is overleven nog altijd een dagelijkse strijd. Vredeseilanden wil de zwakkere en armste boeren en boerinnen in het Zuiden helpen om voldoende en gezond voedsel te winnen en een waardig inkomen te verwerven. Voor zichzelf, voor hun gemeenschap. Om te overleven, om zich te ontwikkelen. Want als je genoeg te eten hebt, overleef je. Maar als je ook een inkomen hebt, lééf je. Vele duizenden boerenfamilies kunnen slechts dromen van onderwijs, gezondheidszorg of een degelijk dak boven het hoofd. Vredeseilanden probeert hieraan iets te veranderen door met meer dan 150 ontwikkelingsprogramma’s partnerorganisaties in 14 landen te ondersteunen, waardoor familiale boeren en boerinnen lokaal zo sterk worden dat ze kunnen meespelen op de nationale en internationale markt.

Is Vredeseilanden lid van 11.11.11?

Ja. 11.11.11 is sinds 1966 de koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, waarbinnen ngo’s en andere organisaties gezamenlijk overleg plegen over politieke actie, publieke bewustmaking en steun aan organisaties in het Zuiden. Vredeseilanden is vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur, Raad van Bestuur, Algemene Vergadering en de Raad voor Campagnes.

Een deel van de opbrengst van de 11.11.11-campagne wordt ook verdeeld onder de leden, die allemaal een gezamenlijk politiek handvest hebben onderschreven, en ook regelmatig gescreend worden.

Waarom ons inzetten voor boerenfamilies?

Meer dan twee derde van alle mensen die moeten overleven met minder dan 1 dollar per dag en vaak in voedselonzekerheid leven, zijn boerenfamilies. De ontwikkeling van de landbouwsector is dus cruciaal voor vele ontwikkelingslanden. In Afrika werkt zeventig tot tachtig procent van de bevolking in de landbouwsector – het gaat vaak om kleine, arme boeren. Dertig procent van het Afrikaanse bruto binnenlands product komt uit landbouw.

Vredeseilanden werkt daarom via lokale partnerorganisaties aan:

  • méér landbouwproductie waar nu honger is (gewasverbetering, verhoging van de bodemvruchtbaarheid en bescherming van de oogst,…), door boeren en boerinnen vorming en opleiding te geven;
  • méér sterke boerengroepen, die met overtuiging hun problemen aanpakken en opkomen voor hun rechten;
  • méér rechten voor vrouwen waar mannen het voor het zeggen hebben, met respect voor de lokale cultuur;
  • méér markttoegang, want je oogst verkopen is voor elke boer essentieel. Met lokale organisaties zoekt Vredeseilanden naar lokale afzetmarkten, en met internationale fairtrade-organisaties naar eerlijke afzetmarkten bij ons in het Noorden.

Neemt Vredeseilanden deel aan de campagne 2015 DE TIJD LOOPT ?

Ja. Bij de start van het nieuwe millennium in 2000 werd in New York op de Algemene Vergadering van de VN door alle 191 lidstaten de Millenniumverklaring bekrachtigd. In die verklaring staan acht Millennium Development Goals (MDG's) om armoede en honger te bestrijden en onderwijs, gezondheidszorg, de status van vrouwen en het milieu te verbeteren. Alle regeringen hebben beloofd om de doelstellingen gezamenlijk te realiseren tegen 2015.

Om regeringen aan hun beloftes te herinneren, worden nu overal ter wereld campagnes gevoerd. Ook in Vlaanderen slaan de Noord-Zuidorganisaties de handen in elkaar om de volgende jaren acties te voeren rond de Millenniumdoelstellingen. Onder het motto '2015-DE TIJD LOOPT' bundelt de Vlaamse Noord-Zuidbeweging haar krachten en zet ze haar volle gewicht achter de Millenniumdoelstellingen. En dat tot 2015.

Meer info over de Milleniumdoelstellingen en de campagne vind je hier.

De Milleniumdoelstellingen

Hieronder vind je alle Milleniumdoelstellingen nog eens opgesomd. Vredeseilanden levert haar bijdrage aan het behalen van vooral de eerste en de achtste doelstelling.

  1. Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft, is met de helft gedaald ten opzichte van 1990. Dit geldt ook voor het aantal mensen dat honger lijdt.
  2. Alle kinderen op de wereld volgen basisonderwijs.
  3. Meisjes krijgen dezelfde kansen als jongens, in het basis- en middelbaar onderwijs reeds in 2005, in 2015 op alle onderwijsniveaus.
  4. Het sterftecijfer van kinderen onder de vijf jaar is met twee derde verminderd ten opzichte van 1990.
  5. De moedersterfte is met driekwart verminderd ten opzichte van 1990.
  6. De verspreiding van HIV/Aids, malaria en andere ziektes is gestopt. We beginnen met de terugdringing van deze ziektes.
  7. We voeren overal een milieubeleid gericht op duurzame ontwikkeling en het onomkeerbare verlies van natuurlijke hulpbronnen is gestopt. Het aantal mensen zonder toegang tot veilig drinkwater is met de helft verminderd en de levensomstandigheden van ten minste honderd miljoen mensen in sloppenwijken is aanzienlijk verbeterd.
  8. Wereldwijd werken landen en instellingen samen aan ontwikkeling. Er zijn afspraken over goed bestuur, landen voeren eerlijke handel met elkaar en er is een eerlijk financieel systeem op poten gezet. Het schuldenprobleem van ontwikkelingslanden is opgelost en de ontwikkelingslanden beschikken over nieuwe technologieën. Samen met ontwikkelingslanden is er fatsoenlijk werk voor jongeren gecreëerd.

Hoe gaat Vredeseilanden te werk?

Vredeseilanden wil ervoor zorgen dat boerenfamilies een goed inkomen kunnen halen uit hun werk op het veld. Duurzame landbouw is daarbij het sleutelwoord. Dat betekent dat we landbouwactiviteiten ondersteunen die economisch rendabel zijn, zonder daarbij ecologische, sociale en culturele aspecten uit het oog te verliezen.

Vredeseilanden neemt de rol op van 'bemiddelaar'. We ondersteunen de plannen van boerenorganisaties door hen de nodige financiële middelen te geven voor hun werk, daarnaast doen we ook aan onderzoek, we brengen mensen van over de hele wereld met elkaar in contact zodat ze van elkaar kunnen leren, en we zetten pilootprojecten op. Aandacht voor gender (man-vrouw verhoudingen), voor de gevolgen van de aids-pandemie, diversiteit en participatie, zijn cruciale aspecten in onze werking.

Ook spreken we in Noord en Zuid beleidsmakers en opiniemakers op lokaal, nationaal en internationaal niveau aan om veranderingen door te voeren op vlak van (landbouw)beleid en praktijk.

Waar liggen de Vredeseilanden?

Er bestaat geen echte aardrijkskundige eilandengroep die de naam ‘Vredeseilanden’ heeft. Deze naam is wel symbolisch ontstaan, toen Dominique Pire in 1962, na een missie om de problemen van de vluchtelingen van het Indisch-Pakistaanse conflict te bestuderen, werd getroffen door de ontwikkelingsproblematiek van de Derde Wereld. Vanuit de idee dat ontwikkeling onmogelijk is zonder vrede, sticht hij in Gohira (Bangladesh) het eerste ‘vredeseiland’ (‘iles de paix’). Dit project richtte zich op een langdurige samenwerking met de bevolking. Samenwerking die stoelt op de ontwikkeling van de eigen middelen, hoe beperkt ze ook mogen zijn. Na 1967 worden over heel de wereld nog andere vredeseilanden opgericht. Lees hier meer over de geschiedenis van Vredeseilanden.

Hoe werkt Vredeseilanden met haar doelgroep samen?

Vredeseilanden heeft in de regio's waar we werken een kantoor. Vanuit dit kantoor wordt samengewerkt met partnerorganisaties. Dit zijn meestal boerenorganisaties, maar het kunnen ook lokale ngo’s of andere organisaties zijn.

Vredeseilanden ziet deze organisaties dus als partner voor de ontwikkeling van de streken waar onze doelgroep (boeren en boerinnen) woont. We zorgen dat de mensen van die organisaties cursussen kunnen volgen over bijvoorbeeld kwaliteitsverbetering van bepaalde gewassen, over hoe de markt werkt, over management van een organisatie. We zoeken ook met hen hoe ze zich beter kunnen organiseren en hoe ze andere spelers die betrokken zijn bij landbouw en vermarkting van landbouwproducten - overheden, marktspelers, consumenten – kunnen benaderen. Die kennis komt op die manier ten goede aan de boeren en boerinnen die lid zijn van de organisatie en de hele streek.

Voor dit alles kunnen de partners rekenen op financiële steun (van Vredeseilanden).

Hoe werkt Vredeseilanden samen met het bedrijfsleven?

Bedrijven, deel van het probleem of deel van de oplossing?

In samenwerking met vele andere actoren werkt Vredeseilanden, vanuit haar missie, rol en mogelijkheden, aan een duurzame toekomst voor de planeet waarbij economische, sociale, ecologische en culturele evenwichten worden gerespecteerd. We zijn ervan overtuigd dat de complexiteit en de hoogdringendheid van de problematiek waarvoor we vandaag staan (wereldwijde armoede, migratiestromen, klimaatverandering, grondstoffen- en energieproblematiek, water- en voedselconflicten,…) een analyse en aanpak vragen waarbij overleg noodzakelijk is en waarbij krachten gebundeld moeten worden tussen uiteenlopende sectoren (overheden, private sector, civiele maatschappij,…). Globale problemen vragen globale inzichten en oplossingen.

In die zin erkennen wij, naast de stimulerende en normerende rol van overheden en de signaalfunctie van het middenveld, ook het belang en de drijvende kracht van het bedrijfsleven in onze samenleving en zien we ook haar potentiële bijdrage aan duurzame ontwikkeling.

Dialoog als centrale waarde

“Dialoog” is niet alleen een basiswaarde voor Vredeseilanden maar ook één van de leidende werkingsprincipes. Een welbegrepen dialoog bestaat erin dat gesprekspartners respectvol luisteren naar elkaar, zich openstellen voor elkaars standpunt. Echte dialoog vraagt niet dat de gesprekspartners elkaars standpunt delen, maar houdt wel de hoop in dat de diverse standpunten verrijkt worden. Een dialoog stopt wanneer een respectvolle en luisterende houding ontbreekt.

Dit betekent dat Vredeseilanden a priori zelden een deur sluit, indien deze dialoogattitude aanwezig is. Voor Vredeseilanden is financiële steun vanuit het bedrijfsleven een mogelijke aanleiding om met het bedrijf in kwestie te praten over en te werken aan een bredere inbedding van maatschappelijk relevante thema’s in de bedrijfsvoering zelf. Zelf neemt Vredeseilanden een ‘actief luisterende houding' aan en willen we onze visie en manier van werken verrijken, ook met inzichten vanuit het perspectief van het bedrijfsleven.

Over de jaren heen – en we zullen daarin blijven investeren- zijn we dan ook vaak initiatiefnemer geweest om bedrijven, NGO’s en andere actoren zoals overheden en wetenschappelijke instellingen rond eenzelfde tafel te brengen met betrekking tot relevante Noord-Zuidthema’s. Via Kauri (waarvan we mede-oprichter zijn) maar vaak ook in een rechtstreekse relatie.

Zo organiseerden we een paar jaar geleden samen met Kauri, Max Havelaar en Oxfam Wereldwinkels een multistakeholder-dialoog met betrekking tot labelling van koffie. Bedrijven zoals Douwe Egberts, Rombouts, Delhaize en Colruyt zaten mee rond de tafel. Momenteel faciliteren we een dialoog tussen NGO’s, de Belgische administratie voor ontwikkelinssamenwerking, BTC, Wereldbank,… in functie van een coherenter landbouwbeleid wereldwijd.

We praten, wisselen kennis uit en experimenteren met bedrijven zoals Colruyt over hun en onze rol in de landbouwketen.

We willen ook niet naïef zijn. We weten dat sommige bedrijven zich gemakshalve allerlei schaamlapjes opspelden. We zijn ook niet blind voor de ideologische huisjes die door sommige actoren worden opgetrokken. Maar we willen vooral vooruit kijken, praten, experimenten en innovatieve projecten opzetten, ook met de koplopers van het bedrijfsleven die de principes van maatschappelijk verantwoord ondernemerschap in de kernactiviteiten toepassen.

Kan ik mijn stage doen bij Vredeseilanden?

Op het hoofdkantoor kunnen jaarlijks een drietal studenten stage lopen. Om onze vrijwilligerswerking te ondersteunen, maar ook bijvoorbeeld op de personeelsdienst of financiële dienst. Interesse? Contacteer Els Haesendonckx - els.haesendonckx@vredeseilanden.be 

We bieden elk jaar enkele stageplaatsen in het Zuiden aan voor derdejaarsstudenten journalistiek, communicatie, PR of leerkrachtenopleiding. De meeste informatie hierover wordt verspreid via de hogescholen waarmee we samenwerken. Kreeg je deze info niet via deze weg, dan kan je je kandidaat stellen bij Els.

Heb je een ander stagevoorstel of wil je je thesis doen over een onderwerp dat nauw aansluit bij de thema's van Vredeseilanden, dan kan je je vraag en motivatie doormailen naar Els. Zij zorgt ervoor dat je vraag door de juiste personen behandeld wordt.

Financieel

Waar haalt Vredeseilanden haar middelen vandaan?

Vredeseilanden werkte in 2011 met een budget van 12.509.709 euro. Dit budget komt uit verschillende financieringsbronnen:

  • financiering door Belgische overheden: 70%
  • financiering door andere ngo's (o.a. 11.11.11), stichtingen en bedrijven: 14%
  • particuliere opbrengsten (giften uit campagnes, legaten, mailings): 14%
  • financiële opbrengsten (termijnrekeningen van 1-6 maand): 2%

Hoe wordt mijn gift besteed door Vredeseilanden?

In 2011 werd het totale budget, na goedkeuring door de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering, als volgt verdeeld:

  • ondersteunende diensten (personeel, financiën, communicatie, secretariaat, directie): 8%
  • fondsenwerving: 5%
  • dit wil zeggen dat 87% van het budget rechtstreeks besteed wordt aan de doelstellingen van de organisatie - zoals bepaald in onze missie en het vijfjarenplan.

U vindt de uitgebreide toelichting bij deze cijfers natuurlijk in ons volledig jaarverslag. Een samenvatting is te vinden op deze pagina: http://www.vredeseilanden.be/jaarverslag/uitgaven

Vredeseilanden is geen noodhulporganisatie, maar een NGO die structurele veranderingen wil bereiken op lange termijn. Die veranderingen waarnaar gestreefd wordt, situeren zich op economisch en politiek vlak, en op het vlak van het veranderen van aankoopgedrag. Meer over onze missie... Daar hoort dus ook een budgettaire planning op lange termijn bij.

Onze doelstellingen worden uitgeschreven in een strategisch 6-jarenplan (opgedeeld in twee driejarenprogramma's). Op basis daarvan wordt elk jaar een concreet actieplan ontwikkeld. De actieplannen worden gefinancierd met het beschikbare budget. Nadat de begroting door de algemene vergadering wordt goedgekeurd, weten de verantwoordelijken van een bepaald project of programma exact over welk bedrag ze zullen kunnen beschikken in het lopende werkjaar. Dat is absoluut noodzakelijk willen we efficiënt kunnen plannen en werken op lange termijn en hierover concrete afspraken maken met de lokale organisaties in de landen. Bij de jaarplanning maken wij dus een raming van wat wij aan giften en subsidies verwachten te ontvangen in het lopende werkjaar.

Gaat mijn gift rechtstreeks naar een specifiek project in het Zuiden?

Neen. Uw gift is een essentieel onderdeel van het totale Vredeseilanden-budget dat het geheel van onze werking bekostigt. Dit budget wordt rondgemaakt door een grote diversiteit aan financieringsbronnen. Zoals gezegd volgen wij een driejarenprogramma en maken we elk jaar een begroting op, en daarin wordt bepaald hoeveel geld naar welke activiteit gaat. Indien we omgekeerd te werk zouden gaan, en mensen hier laten kiezen welke activiteit ze precies willen steunen, dan lopen we het risico dat bepaalde essentiële activiteiten uit de boot vallen, en kan bovendien de continuïteit over de jaren niet gegarandeerd worden.

Vredeseilanden is immers geen noodhulporganisatie, maar een NGO die structurele veranderingen in ontwikkelingslanden wil bereiken op lange termijn. Die veranderingen waarnaar gestreefd wordt, situeren zich op economisch en politiek vlak, en het sensibiliseren van mensen in Vlaanderen.

In onze communicatie maken we steeds duidelijk dat de projecten die we beschrijven voorbeelden zijn voor het geheel van de Vredeseilandenwerking. Deze voorbeelden zijn erop gericht om duidelijk te maken wat de werking van Vredeseilanden inhoudt, welke keuzes we maken en welke resultaten we willen bereiken.

Waarom is mijn gift zo belangrijk voor Vredeseilanden?

Het bedrag aan campagnegelden, giften en legaten voor Vredeseilanden representeert ongeveer 14% van het totale budget waar de organisatie over kan beschikken om haar programma uit te voeren. Het lijkt een klein percentage en toch is het essentieel voor het overleven van de organisatie en haar manier van werken.

Deze middelen gebruiken we als hefbomen om financiering te krijgen door andere financierende instanties. Zowel de federale overheid als de Europese Unie hanteren namelijk een mechanisme van medefinanciering. Zo betaalt DGD (Belgische ontwikkelingssamenwerking) 80% als wij 20% van het budget op tafel leggen.

Overheidsinstanties zijn bovendien minder of niet geneigd te investeren in aspecten van onze werking die wij essentieel achten (politiek werk, educatie, kennisuitwisseling met bedrijven, onderzoeksinstellingen, en andere actoren) om onze doelstellingen te realiseren in Noord en Zuid. Deze zijn een wezenlijk onderdeel van onze benadering en daar willen we met uw steun in blijven investeren.

Zonder uw gift dus geen Vredeseilanden.

Hoe weet ik of het Vredeseilanden-budget correct besteed is?

Wij bieden u volledige financiële transparantie. We worden jaarlijks beoordeeld door de Vereniging voor Ethiek in de Fondsenwerving.

U kan een gedetailleerd jaarverslag van 2011 hier downloaden.
Dit verslag wordt samen met het programma en budget voor het daaropvolgende jaar besproken en goedgekeurd door achtereenvolgens het management team, de Raad van Beheer, de financiële commissie van de Algemene Vergadering, en de Algemene Vergadering zelf.

Worden de cijfers extern gecontroleerd?

Elk jaar legt Vredeseilanden haar boekhouding voor aan een bedrijfsrevisor. De revisor gaat na of de boekhouding correct gebeurt en of de verslaggeving (zoals bijvoorbeeld in het jaarverslag) overeenstemt met de realiteit.

Bovendien staan we er ook op dat de boekhoudingen van onze partners en landkantoren in het Zuiden grondig gecontroleerd worden. Dit gebeurt door onafhankelijke revisoren in de partnerlanden, door de subsidiërende overheden zoals de federale en Vlaamse overheid, de Europese Unie,…

Elk jaar laten we de boekhouding van alle landkantoren doorlichten door het internationale auditkantoor KPMG die van hun bevindingen een verslag maken. Uiteindelijk, nadat ook het hoofdkantoor aan een grondige controle is onderworpen, maakt het college van commissaris-revisoren van Vredeseilanden, bestaande uit Clybouw Bedrijfsrevisoren en KPMG, hun definitief verslag op, na een kritische lezing van alle verslagen van de verschillende kantoren. Dit verslag wordt besproken in de Raad van Bestuur en staat afgedrukt in ons jaarverslag.

Wie waarborgt de kwaliteit van onze activiteiten?

De activiteiten en resultaten in Noord en Zuid zijn beschreven in een strategisch 6-jarenplan en in de driejaarlijkse actieplannen en jaarlijkse resultaatsverslagen. In elke regio waar Vredeseilanden werkt hebben we een kantoor met professionele mensen en worden wij vertegenwoordigd door een lokale Vredeseilanden-directeur. Onze vertegenwoordigers volgen met hun team de lokale partnerorganisaties op, zowel inhoudelijk als financieel. Vredeseilanden heeft een honderdtal mensen in het Zuiden, meestal lokale krachten die het programma in goede banen leiden en instaan voor de kwaliteit.

Wat vinden externen hiervan?

De actieplannen worden jaarlijks goedgekeurd en gecontroleerd door de belangrijkste financiers (DGD, EU, Provincies,…) vooraleer we een volgende fase kunnen ingaan.

Wij laten onze landkantoren en programma's bovendien regelmatig doorlichten op relevantie, kwaliteit en doeltreffendheid door interne en externe evaluatoren. In 2010 gebeurde zo'n evaluatie. We leren uit deze evaluaties dat onze benadering een adequaat antwoord biedt op de noden van boerenfamilies. We leren er ook uit wat in onze aanpak beter kan. We delen de evaluaties met DGD (Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking van de Belgische Overheid) en andere financierende overheden en nemen de aanbevelingen ter harte voor toekomstige planning. U kan hier meer over lezen op pagina 11 van het jaarverslag 2010.

Een overzicht van de verschillende controles waaraan wij onderhevig zijn vindt u op deze pagina of in ons jaarverslag.

Is Vredeseilanden niet te subsidieafhankelijk?

Het grootste deel van onze middelen zijn afkomstig van overheden (federale overheid, Vlaamse overheid, Provincies, Europese Unie), in het totaal voor 68% van de totale bestedingen. Dit heeft zowel voor- als nadelen:

  • Het risico bestaat dat Vredeseilanden inhoudelijk 'gestuurd' wordt door overheden en zo een 'instrument' wordt en niet langer onafhankelijk haar eigen programma kan uitvoeren.
  • Financiële kwetsbaarheid: bij dalende overheidsbudgetten zijn er onmiddellijk grote consequenties voor ons programma.
  • Intensieve controles (zowel op financiële aspecten als op inhoudelijke aspecten). Gezien we van verschillende overheden afhankelijk zijn worden we ook heel uitvoerig gecontroleerd. Dit vraagt een extra investering maar biedt kwaliteitsgaranties ten aanzien van het geheel van het programma. (Een overzicht van de verschillende controlemechanismen waaraan wij onderhevig zijn vindt u op deze pagina.
  • Naast de financiële kwetsbaarheid bieden overheden ons ook een financiële zekerheid. De subsidies zijn namelijk meestal ingebed in meer-jarenprogramma's. We hebben dus garanties op lange termijn en kunnen van daaruit plannen en werken naar resultaten op lange termijn. Naar onze partners in het Zuiden toe is dit ook een heel belangrijk gegeven.
  • Een groot gedeelte van de kosten van de ondersteuning ten aanzien van het programma (zowel hier als in onze landkantoren: administratie, communicatie, personeelsdienst, financiële dienst) wordt door de administratiebijdrage van overheden (13,49% voor de federale overheid) gefinancierd.

Een verminderde financiële afhankelijkheid van overheden is voor ons zeker wenselijk. Diversificatie van donoren is hier een mogelijk antwoord. Daarnaast willen wij via de campagne en mailings ook middelen bij een breed publiek werven om ons programma in de toekomst te blijven waarmaken, zo autonoom mogelijk. Onze eigen fondsenwerving wordt dus steeds belangrijker. Voor een structurele aanpak zijn structurele inkomsten nodig.

Waarom heeft Vredeseilanden zoveel liquide middelen op het einde van het jaar?

Een balans is slechts een momentopname aan het eind van het boekjaar. Indien we de balans op een ander moment in het jaar zouden maken, kan het plaatje er helemaal anders uitzien.

Voor Vredeseilanden geven de liquide middelen in de eerste plaats ademruimte om de activiteiten van partnerorganisaties op een continue manier te financieren. Overheden durven wel eens later over de brug te komen met hun fondsen (soms pas halverwege het jaar). Door haar financiële reserves hoeft Vredeseilanden geen (dure) overbruggingskredieten aan te gaan.

Op de tweede plaats geeft het onze organisatie meer onafhankelijkheid om innovatieve projecten op te starten, waar niet onmiddellijk andere financieringspartners voor te vinden zijn. Mede daarom blijven particuliere giften van welke grootte ook, cruciaal voor Vredeseilanden.

Waar kan ik terecht indien ik nog vragen heb?

Het afgelopen jaar werden we regelmatig bevraagd door een aantal journalisten en ook particuliere donoren met betrekking tot de besteding van de middelen, onze loonpolitiek etc. We waarderen de interesse. Dit wijst op een grote betrokkenheid en geeft aan dat er soms nood is aan extra uitleg bij de cijfers.

Aarzel dus niet om ons te contacteren indien er na het bekijken van de cijfers, het jaarverslag of andere elementen er voor u nog zaken onduidelijk blijven. We maken heel graag tijd voor u.

U kan hiervoor contact opnemen met Steven Beerts, onze financiële directeur, of met Luc Bonte, de Algemeen Directeur van Vredeseilanden.
Tel. 016 31 65 80 - info@vredeseilanden.be

Standpunten

Waarom ondersteunt Vredeseilanden eerlijke handel (fair trade)?

Boeren en boerinnen in het Zuiden hebben recht op een eerlijke prijs voor hun producten. Een eerlijke prijs is meestal hoger dan de gangbare marktprijs. Hij garandeert de producenten een waardig inkomen, zodat ze met hun gezin kunnen leven van de inkomsten uit hun landbouwactiviteiten. Daarenboven is er een premie waarmee ze kunnen investeren in betere landbouwtechnieken, productontwikkeling, training en opleiding, gezondheidszorg, huisvesting, infrastructuur, de uitbouw van hun organisatie – kortom in betere leef- en werkomstandigheden. Eerlijke handel (Fair trade) is volgens Vredeseilanden nodig om ontwikkelingslanden een kans te geven economisch te groeien.

Eerlijke handel betekent niet dat alle andere handel per definitie oneerlijk zou zijn. Eerlijke handel betekent in de eerste plaats dat in afspraken rond handelsrelaties veel meer rekening gehouden wordt met enorme ontwikkelingsnoden in het Zuiden. In de Wereldhandelsorganisatie (WTO) bijvoorbeeld, trekken de Afrikaanse landen al te vaak aan het kortste eind.

Fairtrade is een bestaand en breed erkend internationaal handelssysteem voor producten uit het Zuiden. Om deze producten van eerlijke handel te herkennen, bestaat er het Fairtrade label. In België zijn deze gelabelde Fairtrade producten herkenbaar via het Max Havelaar keurmerk. Het keurmerk biedt de consument een garantie: het bewijs dat de boeren in het Zuiden een rechtvaardige prijs krijgen voor hun oogst en dat landarbeiders in correcte omstandigheden werken. Om die garantie te kunnen geven wordt de hele keten van producent tot consument gecontroleerd.

Hoe kijkt Vredeseilanden naar de globalisering?

Globalisering heeft veel positieve kanten. De interculturele uitwisseling, chatten met mensen aan de andere kant van de aardbol, lekkere gerechten uit alle hoeken van de wereld, de technologie die circuleert, goedkopere prijzen, ...

Maar de economische globalisering heeft ook negatieve gevolgen. Zo veroorzaakt de liberalisering van de landbouwhandel – aangemoedigd door de WTO, het IMF en de vrijhandelsakkoorden wereldwijd – heel wat kommer en kwel: hongersnood, werkloosheid, ongelijkheid, armoede en aantasting van de natuurlijke rijkdommen nemen toe, en dan vooral in het Zuiden, waar ongeveer 70 procent van de mensen voor hun inkomen afhankelijk is van landbouw. Boeren en boerinnen worden gedwongen tot plattelandsvlucht en emigratie en meer en meer palmt de transnationale agrovoedingsindustrie hun plaats en hun gronden in.

Want door landbouw te onderwerpen aan wereldprijzen zijn de landbouwprijzen onstabiel en voortdurend laag. Kleine en middelgrote boeren in het Zuiden worden uit de markt gestoten en wijken uit naar de steden. De hoge werkloosheid in de steden zorgt voor lage lonen, waardoor de spiraal van alsmaar toenemende verpaupering aanhoudt. In zulke situatie kan een overheid geen belastingen heffen en krijgen ontwikkelingslanden hoge schuldenlasten. Bovendien worden de markten van ontwikkelingslanden overspoeld met goedkope westerse landbouwproducten, al dan niet onder het mom van voedselhulp. Omdat de Amerikaanse en Europese landbouwsector zware subsidies krijgt, kunnen ze hun goedkope productieoverschotten dumpen in de ontwikkelingslanden. Tegen deze (te) lage prijzen kunnen de plaatselijke landbouwers niet concurreren.

Handel is noodzakelijk, maar mag geen voorrang krijgen op fundamentele rechten zoals het recht op voedsel, het recht op het zelf produceren ervan, recht op toegang tot hulpbronnen (grond, zaad, water, krediet),… De vrije markt kan niet garanderen dat deze rechten worden gerespecteerd. Ontwikkelingslanden willen dan ook afspraken om hun markt af te schermen tegen goedkope import om hun eigen landbouw te ontwikkelen. Alleen wanneer het Zuiden op de wereldmarkt eerlijke prijzen krijgt voor handelsgewassen zoals maïs, koffie, katoen of cacao, zal hun lot verbeteren.

Wat is de mening van Vredeseilanden over de Europese landbouwsubsidies?

De Europese Unie besteedt jaarlijks 40 procent van haar budget aan landbouw. Europese landbouwers kunnen immers onvoldoende inkomen halen uit de prijs die voor hun producten betaald wordt omdat ze niet concurrentieel zijn met de lage wereldmarktprijzen. Daarom werden de subsidies opgezet, maar het is duidelijk dat dit systeem niet eeuwig houdbaar is.

De landbouwsubsidies die Europa (net als de Verenigde Staten) zijn boeren geeft, werkt overproductie in de hand. Deze overschotten worden tegen spotprijzen afgezet op lokale markten in het zuiden. Tegen deze goedkope import kunnen de lokale landbouwers niet concurreren, met toenemende armoede en stadsvlucht tot gevolg.

Ook niet alle Europese boeren zijn gelukkig met deze subsidies. Niet enkel omdat het overgrote deel van de subsidies enkel wordt uitgekeerd aan een aantal grote industriële landbouwbedrijven, maar ook omdat landbouwers geen steuntrekkers willen zijn.

De landbouwsubsidies kunnen maar afgebouwd worden als de Europese boeren “lonende” prijzen krijgen voor hun producten. En die zijn alleen mogelijk als de interne EU markt afgeschermd wordt van goedkope import en als er geen structurele overproductie is in de EU zelf. Blijft de mogelijkheid om akkoorden af te sluiten met ontwikkelingslanden zodat zij voor beperkte hoeveelheden, en eveneens aan lonende prijzen, toegang krijgen tot de Europese markt. Daar hebben deze landen meer aan dan aan een onbeperkte vrije markttoegang met zeer lage prijzen. Deze piste gaat echter regelrecht in tegen de huidige liberaliseringstendens. Bovendien dreigt ze de Europese handelspolitiek te doorkruisen. Europa wil immers markttoegang krijgen tot de Braziliaanse markt, en wil dus liever niet botsen met de grote Braziliaanse suikerproducenten.

Hoe kijkt Vredeseilanden aan tegen biobrandstoffen?

Het stimuleren van de productie en consumptie van bio-energie maakt in toenemende mate deel uit van het klimaatbeleid. Alhoewel het gebruik van bio-energie inderdaad een belangrijke rol kan spelen in de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, willen we ook een aantal bedenkingen formuleren over de globale economische en sociale effecten die het toenemende gebruik van biobrandstoffen met zich kunnen meebrengen voor de landbouwers in het Zuiden.

Studies tonen aan dat Europa (en andere Westerse landen) over onvoldoende grond beschikt om aan de toekomstige vraag naar biobrandstofteelten te voldoen. Een groot deel zal dan ook geïmporteerd moeten worden, voornamelijk uit ontwikkelingslanden en ook uit Oost-Europese en Baltische staten.

Aanvankelijk zou men verwachten dat de teelt van energiegewassen voor deze landen een aantal positieve effecten kan genereren op het vlak van ontwikkeling: de diversificatie van teelten en hiermee gepaard gaande risicospreiding kan de handelsbalans verbeteren; een omschakeling naar energieteelten kan in bepaalde gevallen jobs creëren en het inkomen van de boeren verbeteren, wat belangrijke kansen met zich meebrengt voor rurale economische ontwikkeling; ook biedt dit opportuniteiten om op een duurzame manier de lokale energiebehoeften in het Zuiden in te vullen.

Maar uit de ervaringen van de laatste jaren blijkt echter dat er vaak onaanvaardbare sociale, ecologische en economische gevolgen gepaard gaan met deze teelten: een aantal structurele problemen zorgen ervoor dat de teelt van energiegewassen in die landen negatieve effecten met zich meebrengt:

  • De stijgende vraag naar biobrandstoffen doet de prijs van heel wat voedingsproducten stijgen. Dit treft vooral arme gezinnen.
  • Op middellange termijn zal, onder impuls van de huidige hoge prijzen voor energieteelten, het aanbod ook gaan stijgen en de prijzen dus dalen, met zelfs het gevaar van overproductie. Het resultaat is een onstabiele en op lange termijn dalende prijs, zoals dit reeds het geval is voor de meeste landbouwgrondstoffen.
  • Energieteelten zullen voornamelijk exportgericht zijn. Het verleden heeft aangetoond dat de opbrengsten van exportproductie voornamelijk gaan naar de actoren die zich aan het einde van de keten bevinden en niet zozeer naar de eigenlijke producenten onderaan de keten, de boeren en boerinnen in het Zuiden dus.
  • Een grootschalige omschakeling naar energieteelten kan op lokaal niveau leiden tot concurrentie met andere vormen van landgebruik (voedselproductie, veeteelt, bossen). Dit betekent een gevaar voor de lokale voedsel- en drinkwatervoorziening.

Maar de inzet van biobrandstoffen kan in de ontwikkeling van achtergestelde rurale gebieden ook een belangrijke rol spelen. In de rurale gebieden wordt nog heel wat zwaar werk geleverd (vnl. door vrouwen) zoals oppompen van water, pletten van granen, irrigatie, enz, bij gebrek aan een degelijk energiebeleid voor deze gebieden.

Naast energievoorziening kan de kleinschalige productie van energieteelten de lokale economie stimuleren, bijproducten kunnen gebruikt worden door de gemeenschap en verkocht worden op de lokale markt. Teelten voor biobrandstoffen kunnen in bepaalde gevallen ook het positieve neveneffect hebben dat ze bodemerosie tegengaan en op termijn andere teelten mogelijk maken.

Zijn GGO's een oplossing voor het hongervraagstuk in het Zuiden?

Sommige landbouwingenieurs en zaadfirma's schuiven genetisch gemanipuleerde gewassen (ggo's) naar voren om honger de wereld uit te helpen. Om een aantal redenen is Vredeseilanden daar niet van overtuigd.

Het gebruik van ggo-zaden maakt de boeren afhankellijk van enkele grote multinationals die de zaden ontwikkelen. In tegenstelling tot 'gewone' planten, waaruit je zaden kan oogsten om het volgende jaar opnieuw te kunnen zaaien, werken ggo's anders: je kan er geen bruikbare zaden uithalen. Dus moet je als boer elk jaar opnieuw zaden aankopen bij die grote firma's. Er zijn op dit moment een vijftal zaad-multinationals die de hele wereldmarkt in handen hebben en dus de prijzen bepalen.

Landbouwers in het Zuiden gebruiken technieken die aangepast zijn aan het klimaat, topografie, bodem, biodiversiteit,... Hun methodes zijn door de jaren heen ontwikkeld op een manier dat het risico op mislukkingen tot een minimum beperkt. Genetisch gemanipuleerde gewassen indroduceren in zo'n fragiele landbouwsystemen maakt het risico op mislukkingen weer groter.

De gewassen uit ggo-zaden zijn meestal ofwel resisent tegen onkruidverdelgers ofwel bevatten ze insecticiden. Aangezien de meeste boeren niet de financiële middelen hebben om zich onkruidverdelgers of insecticiden aan te schaffen, ontwikkelden ze een systeem van mengteelten, waarbij de ene plant de andere beschermt. Specifieke groenten en fruit staan naast elkaar geplant, er zijn struiken die zorgen voor bodemvruchtbaarheid, of bomen die voor de nodige schaduw zorgen. Wat er gebeurt als je één teelt vervangt door een genetisch gemanipuleerd gewas, en welke gevolgen dit heeft voor de complexe gemengde teeltsystemen, daarover heerst nog te veel onzekerheid.

Wereldwijd wordt er ruim voldoende voedsel geproduceerd om de hele wereldbevolking te voeden. Honger wordt veroorzaak door een gebrek aan toegang tot productiemiddelen zoals water, land en krediet én door gebrek aan koopkracht.

Beter zou zijn om de lokale knowhow en technologieën te verbeteren, zodat de productiviteit kan verhogen; maar de stimulansen ontbreken, er zijn te weinig landbouwvoorlichters,... Het grootste probleem voor boeren en boerinnen is echter de lage prijzen die ze krijgen voor hun producten. Hun laag inkomen zorgt ervoor dat ze geen bijkomend voedsel kunnen kopen indien nodig. En geen enkel nieuw zaaigoed, hoe goed dat ook mag zijn, zal dat veranderen. Andere problemen zoals landhervormingen, een degelijk landbouw-en handelsbeleid, op zowel nationale als internationale niveaus, moeten eerst aangepakt worden. Pas dan zal het technologievraagstuk zich stellen.

Wat denkt Vredeseilanden over vrijhandel?

Vredeseilanden wil dat boerenfamilies, in het Zuiden en bij ons, op een faire manier kunnen deelnemen aan de wereldhandel, zodat ze een goed inkomen hebben. In een geglobaliseerde wereld ondervindt elke boer ook op de lokale markt invloed van handelspraktijken aan de andere kant van de wereld. Het is echter niet mogelijk om boeren en boerinnen die 1 are grond bezitten, die enkel een eenvoudige ploeg hebben om hun land te bewerken, die nauwelijks informatie hebben over marktprijzen, etc. in rechtstreekse concurrentie te plaatsen met grootschalige industriële boeren die een veel betere toegang hebben tot technologie en kennis, en die dikwijls ook nog financiële ondersteuning krijgen van de overheid. Volledige vrijhandel is bijgevolg geen optie om het leven van die kleine boeren en boerinnen te verbeteren.

Vredeseilanden gelooft in voedselsoevereiniteit. Dit betekent dat landen en regio’s de mogelijkheid moeten hebben om hun eigen aangepast landbouwbeleid uit te stippelen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat een regio zelf kan bepalen om haar voedselmarkt af te schermen door importbeperkingen of door taxen. Of dat een land kan beslissen om quota in te voeren voor een bepaald product (zodat het aanbod beheerst blijft, en de prijs stabiel kan blijven). Of dat een overheid de groei van haar verwerkingsindustrie kan stimuleren via subsidies. Het einddoel moet zijn dat iedereen op deze wereld genoeg te eten heeft, en dat boerenfamilies kunnen leven van de landbouw.

Essentieel is dat het nationaal of regionaal beleid van een bepaalde streek geen negatief effect heeft op de voedselvoorziening van andere landen. Vredeseilanden veroordeelt regeringen die hun eigen landbouw subsidiëren binnen de principes van voedselsoevereiniteit zeker niet. Maar gesubsidieerde (industriële) landbouw kan niet in rechtstreekse concurrentie gezet worden tegenover niet gesubsidieerde landbouw. Dan zijn het de kleintjes die altijd verliezen.

Wat betreft internationale handel, en meer bepaald de handel in ruwe grondstoffen (koffie, cacao,…), is Vredeseilanden ervan overtuigd dat aanbodbeheersing nodig is. We vinden het nodig dat internationale akkoorden rond grondstoffen afgesloten worden die de productievolumes regelen om te vermijden dat grondstoffen onder de productieprijs verhandeld worden.

In 2007 kwamen vertegenwoordigers van sociale organisaties van over de hele wereld samen in Nyéléni, Mali. Op deze conferentie werden de basisprincipes van voedselsoevereiniteit verder uitgewerkt.