Hoe kijkt Vredeseilanden aan tegen biobrandstoffen?

Het stimuleren van de productie en consumptie van bio-energie maakt in toenemende mate deel uit van het klimaatbeleid. Alhoewel het gebruik van bio-energie inderdaad een belangrijke rol kan spelen in de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, willen we ook een aantal bedenkingen formuleren over de globale economische en sociale effecten die het toenemende gebruik van biobrandstoffen met zich kunnen meebrengen voor de landbouwers in het Zuiden.

Studies tonen aan dat Europa (en andere Westerse landen) over onvoldoende grond beschikt om aan de toekomstige vraag naar biobrandstofteelten te voldoen. Een groot deel zal dan ook geïmporteerd moeten worden, voornamelijk uit ontwikkelingslanden en ook uit Oost-Europese en Baltische staten.

Aanvankelijk zou men verwachten dat de teelt van energiegewassen voor deze landen een aantal positieve effecten kan genereren op het vlak van ontwikkeling: de diversificatie van teelten en hiermee gepaard gaande risicospreiding  kan de handelsbalans verbeteren; een omschakeling naar energieteelten kan in bepaalde gevallen jobs creëren en het inkomen van de boeren verbeteren, wat belangrijke kansen met zich meebrengt voor rurale economische ontwikkeling; ook biedt dit opportuniteiten om op een duurzame manier de lokale energiebehoeften in het Zuiden in te vullen.

Maar uit de ervaringen van de laatste jaren blijkt echter dat er vaak onaanvaardbare sociale, ecologische en economische gevolgen gepaard gaan met deze teelten: een aantal structurele problemen zorgen ervoor dat de teelt van energiegewassen in die landen negatieve effecten met zich meebrengt:

  • De stijgende vraag naar biobrandstoffen doet de prijs van heel wat voedingsproducten stijgen. Dit treft vooral arme gezinnen.
  • Op middellange termijn zal, onder impuls van de huidige hoge prijzen voor energieteelten, het aanbod ook gaan stijgen en de prijzen dus dalen, met zelfs het gevaar van overproductie. Het resultaat is een onstabiele en op lange termijn dalende prijs, zoals dit reeds het geval is voor de meeste landbouwgrondstoffen.
  • Energieteelten zullen voornamelijk exportgericht zijn. Het verleden heeft aangetoond dat de opbrengsten van exportproductie voornamelijk gaan naar de actoren die zich aan het einde van de keten bevinden en niet zozeer naar de eigenlijke producenten onderaan de keten, de boeren en boerinnen in het Zuiden dus.
  • Een grootschalige omschakeling naar energieteelten kan op lokaal niveau leiden tot concurrentie met andere vormen van landgebruik (voedselproductie, veeteelt, bossen). Dit betekent een gevaar voor de lokale voedsel- en drinkwatervoorziening.

Maar de inzet van biobrandstoffen kan in de ontwikkeling van achtergestelde rurale gebieden ook een belangrijke rol spelen. In de rurale gebieden wordt nog heel wat zwaar werk geleverd (vnl. door vrouwen) zoals oppompen van water, pletten van granen, irrigatie, enz, bij gebrek aan een degelijk energiebeleid voor deze gebieden.

Naast energievoorziening kan de kleinschalige productie van energieteelten de lokale economie stimuleren, bijproducten kunnen gebruikt worden door de gemeenschap en verkocht worden op de lokale markt. Teelten voor biobrandstoffen kunnen in bepaalde gevallen ook het positieve neveneffect hebben dat ze bodemerosie tegengaan en op termijn andere teelten mogelijk maken.

 

Categorie :