Hoe kijkt Vredeseilanden naar de globalisering?

Globalisering heeft veel positieve kanten. De interculturele uitwisseling, chatten met mensen aan de andere kant van de aardbol, lekkere gerechten uit alle hoeken van de wereld, de technologie die circuleert, goedkopere prijzen, ...

Maar de economische globalisering heeft ook negatieve gevolgen. Zo veroorzaakt de liberalisering van de landbouwhandel – aangemoedigd door de WTO, het IMF en de vrijhandelsakkoorden wereldwijd – heel wat kommer en kwel: hongersnood, werkloosheid, ongelijkheid, armoede en aantasting van de natuurlijke rijkdommen nemen toe, en dan vooral in het Zuiden, waar ongeveer 70 procent van de mensen voor hun inkomen afhankelijk is van landbouw. Boeren en boerinnen worden gedwongen tot plattelandsvlucht en emigratie en meer en meer palmt de transnationale agrovoedingsindustrie hun plaats en hun gronden in.

Want door landbouw te onderwerpen aan wereldprijzen zijn de landbouwprijzen onstabiel en voortdurend laag. Kleine en middelgrote boeren in het Zuiden worden uit de markt gestoten en wijken uit naar de steden. De hoge werkloosheid in de steden zorgt voor lage lonen, waardoor de spiraal van alsmaar toenemende verpaupering aanhoudt. In zulke situatie kan een overheid geen belastingen heffen en krijgen ontwikkelingslanden hoge schuldenlasten. Bovendien worden de markten van ontwikkelingslanden overspoeld met goedkope westerse landbouwproducten, al dan niet onder het mom van voedselhulp. Omdat de Amerikaanse en Europese landbouwsector zware subsidies krijgt, kunnen ze hun goedkope productieoverschotten dumpen in de ontwikkelingslanden. Tegen deze (te) lage prijzen kunnen de plaatselijke landbouwers niet concurreren.

Handel is noodzakelijk, maar mag geen voorrang krijgen op fundamentele rechten zoals het recht op voedsel, het recht op het zelf produceren ervan, recht op toegang tot hulpbronnen (grond, zaad, water, krediet),…  De vrije markt kan niet garanderen dat deze rechten worden gerespecteerd. Ontwikkelingslanden willen dan ook afspraken om hun markt af te schermen tegen goedkope import om hun eigen landbouw te ontwikkelen. Alleen wanneer het Zuiden op de wereldmarkt eerlijke prijzen krijgt voor handelsgewassen zoals maïs, koffie, katoen of cacao, zal hun lot verbeteren.