Wat is familiale landbouw?
In een ‘familiaal’ landbouwsysteem hebben boeren en boerinnen hun zeg over de keuze van gewassen, de organisatie van het werk, de verdeling van de inkomsten, en beheren ze de productiefactoren (grond, water, zaaigoed, grondstoffen, gereedschap, krediet...). Dit is anders dan in een ‘industrieel’ landbouwsysteem (de agro-industrie), waar kapitaal en grond in handen zijn van enkelingen. Veelal is monocultuur de norm en boeren worden landarbeiders. Het overgrote deel van de mensen in het Zuiden werkt in de ‘familiale’ landbouw.
Verschillende analyses bewijzen dat investeren in familiale landbouw de beste manier is om boerenfamilies in het Zuiden uit de armoede te halen. Onlangs werd dit nog bevestigd in een groot rapport van de VN, waar een 400-tal wetenschappers uit verschillende disciplines aan meewerkten: the International Assessment of Agricultural Knowledge, Science and Technology for Development (IAASTD)
Toch leven er nog heel wat vooroordelen over familiale landbouw: dit soort landbouw wordt vaak geassocieerd met begrippen als “archaïsch”, “voorbijgestreefd”, “onproductief”, “niet in staat tot innovatie”, “zelfvoorzienend”, “gekant tegen verandering”, “verstard”, “anti-economisch”, “niet competitief”, “niet aangepast aan de markt”, enz. Omgekeerd worden landbouwbedrijven met kapitaalintensieve productiemiddelenmeestal bestempeld als “modern”, “dynamisch”, “ondernemend”, “geïntegreerd met de markt”, “effectief”, “rendabel”, enz.
Echter...
- Familiaal = Anti-economisch?: veel analyses wijzen op de concurrentievoordelen van de familiebedrijven voor de valorisatie van productiefactoren. Ze kunnen economisch efficiënter zijn dan andere, zogenaamd moderne vormen van landbouw. Jammer genoeg worden ze vaak geconfronteerd met een ongelijke toegang tot grond, kredieten, zaaigoed, infrastructuur,...
- Familiaal = Verstard? : de familiale landbouw heeft bewezen dat hij dynamisch en flexibel is, kan innoveren, vernieuwingen kan integreren, betere antwoorden op signalen van de markt kan geven en zich weet aan te passen aan snelle veranderingen van de economische en institutionele context (soms tegen een helaas hoge sociale en economische prijs). Zo is de familiale landbouw er ondanks de bescheiden middelen gedeeltelijk in geslaagd de enorme uitdaging van de demografische groei op te vangen. Laten we niet vergeten dat de Afrikaanse bevolking in de afgelopen 25 jaar meer dan verdubbeld is!
- Familiaal = Marginaal? : de familiale landbouw levert een grote bijdrage aan de economie (percentage van het BIP) en aan de werkgelegenheid, zowel in de Afrikaanse landen als in andere continenten. In de landen van het Zuiden zijn bijna 1,3 miljard mensen actief in de landbouw. Wanneer we rekening houden met de families die er direct van leven, vertegenwoordigt de familiale landbouw zelfs 2,5 miljard mensen. Dat is 41% van de wereldbevolking.
- Kleiner = Minder rendabel?: In de landbouw is de productiviteit niet evenredig met de grootte van de bedrijven. De grote omvang van bedrijven is niet altijd een factor van schaaleconomie.

