Zijn GGO's een oplossing voor het hongervraagstuk in het Zuiden?
Sommige landbouwingenieurs en zaadfirma's schuiven genetisch gemanipuleerde gewassen (ggo's) naar voren om honger de wereld uit te helpen. Om een aantal redenen is Vredeseilanden daar niet van overtuigd.
Het gebruik van ggo-zaden maakt de boeren afhankellijk van enkele grote multinationals die de zaden ontwikkelen. In tegenstelling tot 'gewone' planten, waaruit je zaden kan oogsten om het volgende jaar opnieuw te kunnen zaaien, werken ggo's anders: je kan er geen bruikbare zaden uithalen. Dus moet je als boer elk jaar opnieuw zaden aankopen bij die grote firma's. Er zijn op dit moment een vijftal zaad-multinationals die de hele wereldmarkt in handen hebben en dus de prijzen bepalen.
Landbouwers in het Zuiden gebruiken technieken die aangepast zijn aan het klimaat, topografie, bodem, biodiversiteit,... Hun methodes zijn door de jaren heen ontwikkeld op een manier dat het risico op mislukkingen tot een minimum beperkt. Genetisch gemanipuleerde gewassen indroduceren in zo'n fragiele landbouwsystemen maakt het risico op mislukkingen weer groter.
De gewassen uit ggo-zaden zijn meestal ofwel resisent tegen onkruidverdelgers ofwel bevatten ze insecticiden. Aangezien de meeste boeren niet de financiële middelen hebben om zich onkruidverdelgers of insecticiden aan te schaffen, ontwikkelden ze een systeem van mengteelten, waarbij de ene plant de andere beschermt. Specifieke groenten en fruit staan naast elkaar geplant, er zijn struiken die zorgen voor bodemvruchtbaarheid, of bomen die voor de nodige schaduw zorgen. Wat er gebeurt als je één teelt vervangt door een genetisch gemanipuleerd gewas, en welke gevolgen dit heeft voor de complexe gemengde teeltsystemen, daarover heerst nog te veel onzekerheid.
Wereldwijd wordt er ruim voldoende voedsel geproduceerd om de hele wereldbevolking te voeden. Honger wordt veroorzaak door een gebrek aan toegang tot productiemiddelen zoals water, land en krediet én door gebrek aan koopkracht.
Beter zou zijn om de lokale knowhow en technologieën te verbeteren, zodat de productiviteit kan verhogen; maar de stimulansen ontbreken, er zijn te weinig landbouwvoorlichters,... Het grootste probleem voor boeren en boerinnen is echter de lage prijzen die ze krijgen voor hun producten. Hun laag inkomen zorgt ervoor dat ze geen bijkomend voedsel kunnen kopen indien nodig. En geen enkel nieuw zaaigoed, hoe goed dat ook mag zijn, zal dat veranderen. Andere problemen zoals landhervormingen, een degelijk landbouw-en handelsbeleid, op zowel nationale als internationale niveaus, moeten eerst aangepakt worden. Pas dan zal het technologievraagstuk zich stellen.
