Coopibo, kind van de contestatiebeweging
Coopibo is kind van de grote contestatiebeweging in de jaren ’60-’70. Vanuit haar derdewereldpraktijk met basiswerk en volkspartners sinds 1962 werd Coopibo een pluralistische autonome vereniging in 1976. Dit losmaken van de meer caritatief geïnspireerde moederkoepel Internationale Bouworde gaf een nieuwe dynamiek aan het jonge Coopibo.
De bevrijdingstheologie vanuit Latijns-Amerika en de principes van basisparticipatie van Paulo Freire's "pedagogie van de onderdrukte" en het Afrikaanse doen en denken rond self-reliance en culturele identiteit gaven inspiratie.
Een organisatie met scherpe focus
In de jaren ’80 profileerde Coopibo zich als operationele organisatie die scherpe keuzes maakte.
- Kiezen voor een afgebakend werkveld, namelijk duurzame landbouw;
- Duidelijk kiezen voor boeren en vooral boerinnen die nog perspectief zien in de landbouw;
- Kiezen voor organisatieversterking in plaats van zich blind staren op pure technologieoverdracht.
Vanaf 1985 werd geopteerd voor professionalisering en het systeem van landkantoren.
In deze periode werkte Coopibo in 7 concentratielanden in Afrika en Latijns-Amerika met een 50-tal partnerorganisaties en een personeelspool van ± 70 mensen.
Eveneens in deze periode zette Coopibo een veelheid van autonome structuren op de rails als eindverantwoordelijke, inspirator of stichter: Coprogram – South Research – Wit over Zwart – Samen – CESAP e.a.
LandbouwpROGRAMMA in Vlaanderen
Vanaf 1990 werd expliciet gekozen voor een dubbelproject in Noord en Zuid door op een gelijkaardige wijze met boerenorganisaties en andere landbouwpartners in Vlaanderen te werken.
Samen door de Rwanda-crisis
De Rwanda-oorlog en genocide in 1994 betekende een keerpunt voor de organisatie. In Rwanda, Noord- en Zuid-Kivu (Congo) werd de band gemaakt tussen operationeel werk ter plaatse, politiek lobbywerk in België/Europa en de publieke opinie in Vlaanderen via de media.
In die periode kreeg de samenwerking met Vredeseilanden gestalte: Coopibo met haar netwerk in het Zuiden en Vredeseilanden met haar netwerk en expertise in het Noorden. Dat bleek complementair!
Dit hoofdstuk werd abrupt afgesloten toen in 1995 het Rwanda-consortium (met Coopibo, Vredeseilanden en SOS-Faim) officieel uit het land werd gezet. Na Indonesië (1982), Uganda (1978) en Tunesië (1984) was dit de vierde keer dat Coopibo op de politieke tenen had getrapt van de toenmalige machthebbers en organisatie non grata werd verklaard.
Maar de kiem voor samenwerking was gelegd, het 'samen afzien rond Rwanda', leidde tot een fusie met Vredeseilanden in 1998 met als Coopibo-inbreng: een sterk organisationeel model, een assortiment aan methodologische tools en veel ervaring met beleid en partnerwerking.
- Terug naar "Geschiedenis"
