Drie Indonesische pijnpunten: vrouwen, rijst en landbouwindustrie

Journalist Jan Bosteels sprak met Dwi Astuti, de directeur van Bina Desa. Bina Desa is een organisatie die zich bezighoudt met voedselzekerheid, de situatie van de boeren en de landhervorming.

Dwi maakt een kritische analyse van de Indonesische voedselsituatie, die gekenmerkt wordt door monocultuur en afhankelijkheid van het buitenland. Ze is ervan overtuigd dat Indonesië zich dringend moet ontworstelen uit de greep van de voedselindustrie en zijn hybride en genetisch gemanipuleerde zaden.

Witte importrijst

Dat Indonesiërs dag in dag uit rijst eten, vindt iedereen heel gewoon. Toch is dat niet altijd zo geweest, stelt Dwi. 'Veel problemen van Indonesië gaan terug op overheidsbeslissingen uit het verleden. De overheid heeft het pad geëffend naar de voedselcrisis. De zogenaamde groene revolutie van de jaren zeventig veranderde het voedingspatroon. Plots moest iedereen rijst eten, dat werd van hogerhand zo beslist. Monocultuur was het ordewoord. En omdat niemand ondertussen de lokale rijst nog wil eten, zijn we nu afhankelijk van importrijst. Wij willen met Bina Desa dat eetpatroon opnieuw veranderen. We willen de mensen leren opnieuw de lokale producten te appreciëren en te eten.'
 

Het lijkt een schier onmogelijke taak. Zowat overal in Indonesië staat 's ochtends, 's middags en
's avonds parelwitte, industriële rijst op het menu. Toch is Dwi Astuti hoopvol gestemd. 'We willen bij boeren, mannen en vrouwen, de kennis van duurzame landbouw herstellen. Boeren moeten leren opnieuw met lokaal zaad te werken. Het is de hoogste tijd. Een aantal boeren is zelfs al in de gevangenis beland omdat ze zaad gebruikten zonder Monsanto te betalen. Alleen met duurzame landbouw kan je onafhankelijk van de voedingsindustrie opereren.'

wie beheert de zaden?

Ook gendergelijkheid en duurzame landbouw gaan hand in hand, weet Dwi. 'Vroeger selecteerden de vrouwen de lokale zaden, de patriarchale groene revolutie heeft dat patroon veranderd. Vrouwen mochten niet langer productief zijn, alleen nog reproductief. Het gevolg: vrouwen trekken weg en gaan als huispersoneel werken in Hong Kong, Maleisië en Saoedi Arabië. Het probleem is niet te onderschatten: 2,5 miljoen Indonesiërs werken in het buitenland. Negentig procent van hen zijn vrouwen. De gevolgen zijn scheidingen en kinderverwaarlozing.