Stand van zaken na vijf jaar werken in Laos

Stuart Ling is al jaren het gezicht van Vredeseilanden in Laos. Vijf jaar geleden kwam hij aan het stuur te staan van een programma in het Meung en Paktha district. "Onze aanvankelijke doelstellingen zijn allemaal bereikt," vertelt Stuart fier. "In beide districten verbeterden de levensomstandigheden van de mensen in de streek. De bijdrage van Vredeseilanden was beduidend, aangezien we in die periode de enige NGO waren die met deze boeren werkte. Door te werken aan het verhogen van de rijstproductie hebben de boeren en boerinnen nu het hele jaar door genoeg te eten. We slaagden er ook in om de veestapel in de streek te verdubbelen (vooral door ziektebestrijding). Dat was de voornaamste factor die het inkomen verhoogde."

Stuart vertelt

Stuart gaat veel en graag op bezoek bij de boeren en boerinnen met wie hij werkt. Onlangs schreef hij het verhaal van meneer Lan (links op de foto bovenaan) neer.

“Toen ik meneer Lan in 2003 voor het eerst ontmoette in het dorp Houaypa zat hij aan de grond.
Zijn twee laatste koeien waren net doodgegaan in een epidemie van hemorragische septicemie. Een muizenplaag het jaar voordien had een groot deel van de drooglandrijstvelden die zijn vrouw en acht kinderen te eten gaven, vernield. Lan zelf had zijn nek verwond bij een val, hij had pijn en was niet in staat om behoorlijk te werken. Zoals vele anderen in zijn etnisch Khmu-dorp van 45 families in noordelijk Laos, greep hij naar opium om de pijn te verlichten.

Opium

In 2004 startte Vredeseilanden in Laos officieel haar voedselzekerheidsprogramma in 11 hooglanddorpen, waaronder Houaypa, in het district Paktha. Een studie had het gebrek aan rijst en de sterfte van huisdieren aangeduid als de twee prioritaire problemen. Het werk startte dus met een irrigatieproject om wat vlak land (dat gebruikt kon worden voor natte rijst) in gebruik te nemen met het Voedsel Voor Werk-programma. Dan kwamen de dierenartsen en voor vaccinatiediensten begon men met de bouw van een veldstation met een koelkast op zonne-energie. Maar de dingen gingen traag vooruit; opiumverslaving verstikte de ontwikkeling. De mannen verlieten het dorp om te gaan werken voor opium in nabije Hmong dorpen, en de vrouwen en kinderen bleven achter om op de velden te letten. Erger: de opiumprijzen stegen als gevolg van overheidscontroles op de aanplant, en de armoede werd niet opgelost.

sceptische boeren

VECO Laos zocht bijkomende financiering van Misereor en in 2006 was Lan een van de 40 mensen die succesvol een ontwenningskuur afwerkte. En toen begonnen er echt dingen te gebeuren. Met vernieuwde kracht bewerkte Lan wat nat rijstland en met spanning wachtte hij op zijn eerste oogst. Zijn nek was genezen. Nu hij van zijn verslaving af was, kwam hij ook in aanmerking voor een lening om een buffel te kopen om te ploegen, met een terugbetalingstermijn van drie jaar. In hetzelfde jaar werd een opleidingscentrum opgericht, waar de boeren de basis van natte rijstbouw in het regenseizoen konden aanleren.

Lan deed het goed en was vrijwilliger om tijdens het droogseizoen rijstteelt te proberen. De traditionele variëteiten groeien alleen tijdens het regenseizoen, dus VECO testte een variëteit die aangepast was voor koud weer. De andere boeren waren sceptisch: de rijst leek niet te groeien gedurende twee maanden. Maar al die tijd waren de wortels zich aan het ontwikkelen zodat, toen het warme weer kwam, het gewas zich snel ontwikkelde en een oogst gaf die zelfs groter was dan die van de natte-seizoen rijst. Dat jaar had de familie van Lan voor het eerst voldoende te eten. In 2007 bewerkte hij nog meer nat rijstland en stopte hij met het afbranden van landbouwgrond (wat op termijn nefast is voor de bodemvruchtbaarheid). Hij werd assistent-leraar in het opleidingscentrum. In 2007 verkocht hij drie ton rijst van zijn natte-seizoen rijstoogst en kon daarmee zijn buffel vervroegd terugbetalen. Nu is hij zijn huis aan het opknappen en droomt hij van een kleine handtractor.”