Biotechbedrijven misbruiken hongerprobleem

Met als uithangbord “de strijd tegen de honger in de wereld” zetten Gentse Biotechbedrijven zichzelf en hun onderzoek naar genetisch gemanipuleerde rijst in het zonnetje. Zij krijgen hiervoor twee volle kleurenpagina’s (DM 14 april) en een heel klein hoekje tegenwind van Greenpeace.

“De helft van de wereld eet rijst. Omdat de wereldbevolking explodeert wordt in labo’s over heel de wereld gezocht naar methodes om sneller en betere rijst te kweken. Twee Gentse biotechbedrijven steken met vlag en wimpel uit boven de rest. Ze kunnen oogsten verdubbelen en de rijst beter bestand maken tegen hitte en droogte. Ja, daar komt genetische manipulatie bij kijken. We zullen echt niet anders kunnen….” En zo borduren Devgen en Cropdesign en professor Marc Van Montaigu verder om hun biotechnologie en GGO’s aan te prijzen als dé oplossing voor het hongerprobleem in de wereld.

AL 50 JAAR HETZELFDE DEUNTJE

Laat ons wel wezen: biotechnologie zal de honger in de wereld niet uitroeien. Vijftig jaar geleden prees men de Groene Revolutie aan met hetzelfde argument. En waar staan we? Zelfs op de plaatsen waar de Groene Revolutie zogenaamd succesvol was, zoals India en Brazilië, is de honger groter dan ooit en is de kloof tussen arm en rijk allesbehalve kleiner geworden. Over Afrika spreken we zelfs niet.

Er wordt voldoende voedsel geproduceerd om iedereen voldoende eten te geven. Nu en in de toekomst. Honger is dan ook niet het gevolg van een gebrek aan voedsel, zoals econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen al aantoonde, maar van een gebrek aan toegang tot voedsel. Een inkomen is een essentiële voorwaarde voor toegang tot voedsel. En dat is wat een miljard extreem armen ontberen.

Twee derde van de hongerlijders op aarde zijn net boeren en boerinnen. Wat hebben boeren aan dure genetisch gemanipuleerde zaden als ze geen grond hebben om ze te zaaien? Wat hebben ze aan spitstechnologie als ze geen afzetmarkten hebben om hun producten aan een deftige prijs te verkopen? Wat hebben ze aan die zaden als er geen opleiding is, geen infrastructuur, geen investeringskredieten?

WIE HEEFT ER BAAT BIJ?
 

Niet de hongerlijders. De consumenten bij ons? “Genetisch gemanipuleerde rijst is nog niet op de markt… Persoonlijk vind ik et jammer dat de groene beweging ons vaak heeft tegengewerkt….” zegt Van Montaigu. Terwijl we met z’n allen weten dat het de supermarkten zijn die beslissen wat in de rekken ligt. Zij zijn het die bijgevolg bepalen wat boeren produceren op hun velden en in hun stallen. De supermarkten houden rekening met de voorkeur van de consument. Die zit absoluut niet op te wachten GGO voeding en dus beslissen Carrefour en Delhaize en Colruyt om hun eigen huismerken absoluut GGO-vrij te houden.

Maar als consumenten hier, supermarkten én zij die honger lijden niet zitten te wachten op GGO’s, wie heeft er dan wel belang bij? Het volstaat om een blik te werpen op de markt van genetisch gemanipuleerde landbouwzaden. Die zadenmarkt is een oligopolie van een handvol multinationals, met Monsanto op kop. Eenennegentig procent van de genetisch gewijzigde sojabonen en zevenennegentig procent van de genetisch gewijzigde maïs komt van één bedrijf: Monsanto. Meteen weten we wie het hongerprobleem misbruikt voor eigen promotie. Deze bedrijven zijn er om evidente redenen op gebrand hun gepatenteerde zaaigoed aan de man te brengen. Vraag maar eens aan de boeren wat ze van GGO-zaden denken. Ze moeten ze jaar na jaar opnieuw aankopen, vaak samen in een ‘pakket’ met bestrijdingsmiddelen. Dat kost hun handenvol geld, terwijl ze al generaties lang de know how hebben om eigen zaden te vermeerderen en te verbeteren. Zo geven ze niet alleen minder geld uit, maar doen ze ook aan risicospreiding door verschillende variëteiten te gebruiken die anticiperen op droogte en plantenziektes.

DE JUISTE PLAATS VOOR BIOTECHNOLOGIE

En toch moeten we biotechnologie niet zonder meer overboord gooien. Integendeel, er moet verder aan onderzoek en innovatie gedaan worden. Tegenhouden heeft geen zin. Maar innovatie moet wel gekanaliseerd worden, zodat het de juiste doelstellingen dient. De hamvraag is niet zozeer of we voor of tegen biotechnologie zijn, dan wel wat de juiste oplossing is voor de enorme uitdaging waar we voor staan: Hoe kunnen we op een duurzame wijze voldoende gezond voedsel produceren voor iedereen? In 2008 publiceerden 400 wetenschappers onder leiding van de VN-instellingen en de Wereldbank een lijvig rapport. Vier jaar onderzoek wees uit dat investeren in familiale landbouw het vertrekpunt is voor armoedebestrijding en het oplossen van het hongerprobleem. Wij zijn er eveneens van overtuigd dat agro-ecologische technologie een antwoord kan bieden op de complexe uitdagingen van vandaag. De keuzes die gemaakt moeten worden rond investeren in een bepaald soort technologie, zouden niet aan de markt overgelaten moeten worden, noch aan een handvol bedrijven en promo-wetenschappers: het moet een maatschappelijke keuze zijn, gebaseerd op een grondig debat, gevoed door een palet aan actoren: boeren, consumenten, wetenschappers, politici, maatschappelijk middenveld,… Keuzes moeten vertrekken vanuit een gemeenschappelijk belang, niet vanuit de koers van een aandeel.

Biotechnologisch onderzoek moet dus vertrekken vanuit lokale noden en die kennis moet eigendom zijn van de gemeenschap. En dat kan: aan de KULeuven doet Professor Ronny Swennen knap onderzoek naar bananen en de genenbanken van bananen wereldwijd. Deze banken zijn eigendom van de gehele wereldgemeenschap. Innovatie op maat van mensen, van kleine en middelgrote boerenbedrijven, met respect voor het leefmilieu. Niet op maat van enkele marktverstorende multinationals.

Auteur: Jan Aertsen, oud-directeur van Vredeseilanden.
Hij werkt nog steeds voor Vredeseilanden als adviseur rond landbouw- en andere thema’s.

 

Ingediend door Nele Claeys op 16 April, 2010 - 15:56. Categorie :