Gerry De Mol in Senegal
Gerry De Mol trok nog eens door Senegal. Hij hield wat gedachten bij en schreef die op in schriftjes, kleine schriftjes, die volgekrabbeld werden en waarmee later de gaten in zijn geheugen werden opgevuld door de abstracte vormen van zweetdruppels op zijn woorden.
Deze dagboekfragmenten schreef Gerry als aanvulling op de Senegal Reporter. Die kan je hier digitaal bekijken.
18 september
Het heeft geregend in Dakar. Toen ik er eerder was heeft het ook ooit eens geregend: veertien druppels op een voorruit, quantité négligable. Nu liggen er modderplassen, diepe geulen door de stad. Ze bouwen een snelweg naar de luchthaven, een autoroute de péage. Benieuwd hoe ze die af gaan sluiten, want de aangename chaos heeft zich al ingezet, je kent die Afrikaanse snelwegen vol paardenkarren, wandelende mensen met bossen bananen op hun hoofd en af en toe iemand in uniform die een indicatie probeert te geven van de rijrichting die op die plek dient gevolgd te worden. We nemen een shortcut door tussen twee afsluitstenen op de snelweg om rechtsomkeer te maken.
Ik word veilig in het hotel gedropt. In het hotel bel ik Abou Thiam, een van de muzikanten waarmee we vijf jaar geleden Hamdallaye hebben opgezet. Een half uur later zitten we samen aan het zwembad, hij drink een fruitsap. Hij ziet er goed uit, maar nog even mager, zijn ogen stralen weer iets meer. Ik heb nieuwe liedjes, zegt hij. Dat was lang geleden. We maken plannen, we bezegelen met beleefdheden en beloven elkaar om ons terug te zien voor ik weer vertrek. Ik kijk naar boven en zie een vlucht gieren boven het zwembad cirkelen, ze zitten in een boom dichtbij. Enkele dagen geleden pas heb ik bijna mijn nek gebroken om er eentje te kunnen fotograferen in de Pyreneeën. Kijk, een gier! Wat ons enkele dagen geleden in Spanje nog deed opkijken is plots gewone kost. Morgen kijk ik er niet meer van op. Zou ik zwemmen? Ik eet in het hotel om een hele dag van reizen weg te werken. Franse kost.
