Gerry De Mol in Senegal

24 September

We rijden vandaag naar Tambacounda. Vijf jaar geleden hooguit een uurtje of twee over redelijke wegen. Ik wil niet al te vroeg vertrekken, maar ik word tot de orde geroepen: de weg is heel veel slechter geworden hier,  het wordt ploeteren, de randen rond de gaten zijn de enige getuigen van de weg die hier vroeger lag. We doen meer dan vijf uur over de rit, in de namiddag komen we aan in het hotel. Overmorgen moeten we langs deze weg verder, nog veel slechter, wordt ons voorspeld.

De NGO’s in de streek maken zich al een tijd druk in de toestand van de wegen. Probeer maar eens de fair trade producten op tijd in de hoofdstad te krijgen over deze wegen. In ons hotel logeert verder nog een stel Portugese wegenleggers, ik zou ze wegbereiders noemen.  Ze wachten al een paar maanden op het dedouaneren van hun materiaal, dat in de haven van Dakar staat. Ze vertrekken ’s ochtends met landmetersalaam. Ze gaan de weg van hier naar Kaolack – richting Dakar – aanpakken.  Die avond gaan we bij vrienden eten, bij de secretaris van de organisatie die in de hele streek voor het op de markt brengen van de producten zorgt.  Aprovag heet de organisatie, ze heeft kantoren in dezelfde straat als de UNO-organisatie voor de migratie.

Ik verwonder me nu al bijna een week elke avond over de televisie in Senegal in  deze periode. Als er geen in de buurt is bij het eten wordt er wel een bijgesleurd. Er wachten ons dan ellenlange uitzendingen op alle zenders van koranreciterende mensen, vooral jonge kinderen die een of andere wedstrijd hebben gewonnen.  Het lijkt een opbod in piëteit, de uitzendingen zijn ernstig en spelen zich af in moskeeën en andere Arabische ingerichte ruimtes. En dan – net voor het nieuws – is er de uitzending waar iedereen op zit te wachten. Een Senegalees komiek die in  de stijl van de oude Urbanusfilmpjes sketches brengt. Eentje per avond, maar wel telkens over de Ramadan. In een ervan wordt hij door een wellustige dame naar haar kamer gelokt. Het figuurtje – een soort Senegalese versie van de oerschlemiel,  mag haar niet aanraken, ondanks haar avances. Tijdens de Ramadan is dat immers verboden als je vast. Dan bedenkt hij iets, neemt een vaas met bloemen, drinkt die in een teug leeg en staat dan breed glimlachend op. Hilariteit in de huiskamers.  Wie niet meer vast mag dus blijkbaar weg.  Daarna concentreert het nieuws zich op de gasten van de president en zie je eindeloos veel mensen op plastic stoeltjes zitten bij een of andere conferentie.

Deze week zijn er twee hangende kwesties die de gemoederen verhitten. De ene is die van een danseres, Ndèye Gèye. Ze is die week opgepakt en wacht een veroordeling. Op het internet circuleert immers een video van een traditionele dansavond waarbij vooral het achterwerk het werk doet en er heel weinig aan de verbeelding wordt overgelaten. Opzwepende ritmes en losse billen, al eeuwen in onze samenleving, bezweren me mijn ramadan volgende reisgenoten. Maar deze keer – omwille van het filmpje – heeft de zedenpolitie ingegrepen. Twee danseressen zijn opgepakt, er komt een rechtszaak van. Radio en kranten houden er niet over op. “Elke avond zie je op de kruispunten in Dakar veel ergere dingen dan een dansje”, zegt iemand me. 

De verontwaardiging is selectief en het lijkt wel of iedereen een  ethisch reveil begint te vrezen. Het zal tot twee weken na mijn thuiskomst duren voor Ndeye Geye weer vrijgelaten wordt. De waarschuwing is duidelijk geweest. Er wordt verder gedanst, maar het internet zal het zonder moeten doen in het vervolg.  Dan schakelt men over op het tweede hot item van de week. De Afrikaanse kampioenschappen basketbal voor vrouwen. Senegal maakt een goede kans en blikt die avond Madagaskar in met 100-35.  Met de finale was ik al terug thuis, ze zouden tweede worden.

Ingediend door Vredeseilanden op 15 November, 2007 - 17:32. Categorie :