Gerry De Mol in Senegal
26 september
We doen meer dan es uur over de 260 kilometer die Tambacounda en Kaolack scheiden. De weg, waar we vijf jaar geleden nog over vooruit geraakten, bestaat uit grote kloven en putten. De hele weg rijdt vol met gigantische vrachtwagens die vanuit Mali komen.
De problemen in Ivoorkust hebben de haven van Dakar goed gedaan, maar de weg helemaal in flarden gereten en gereden. We vorderen in schokken, en rijden de vrachtwagens voorbij, langs de kant stoppen we af en toe om pinda’s of andere producten in te slaan die hier veel goedkoper zijn dan in de hoofdstad. Bij het binnenrijden van Dakar doen we nog ene uurtje file, de stad is dichtgelibd. De hele weg neem ik foto’s. Niet zomaar. Sinds ik hier toekwam wordt ik achtervolgd door een bizar beeld dat in een film van David Lynch thuis lijkt te horen.
Ik had al een wat zwaar gemoed, omdat dit de zelfde reis zou zijn die ik met de dit jaar plots overleden fotograaf en maat Patrick De Spiegelaere aflegde. Hij tekende de meeste van zijn foto’s met PDS. Nu is op elke wat vrije muur in heel Senegal net dat letterwoord gekalkt: “Avec PDS”. “Pour PDS”. “PDS, L’espoir de la nation”. Ach, ik weet het wel, het staat voor Partie Democratische Senegalaise. Maar ook Gora kende Patrick, en bij elke muur proberen we even te stoppen en kan ik het niet laten een foto te nemen, het zijn kleine mausolea. Tekenen aan de wand.
