Over maniok en marketing

Anne Mwambuzi

“Hoe kan ik als boekhoudster en één are land waarop vooral maniok groeit, toch genoeg verdienen om mijn zeven kinderen naar school te laten gaan?” Dat was de vraag die Anna Mwambuzi zich na de dood van haar man in 1994 stelde. Veel andere niet-gediplomeerde vrouwen van Mkuranga, op een 100 km van de grote Tanzaniaanse havenstad Dar es Salaam, zaten in dezelfde situatie.

Anna stelde vast dat de mannen die de maniok kwamen opladen om in de stad te verkopen, meer verdienden aan die verkoop dan zijzelf als boerin. Bovendien ging heel wat maniok verloren na de oogst omdat er geen goede plaats was om die te bewaren of te verwerken.

Ze besloot om zich in te schrijven voor een cursus waar ze veel bijleerde over de verwerking van maniok. Maar voor die verwerking waren machines nodig, en niemand van de cursisten had het geld om zo’n machines aan te schaffen. Daarop probeerde ze een aantal mensen aan te spreken om mee te investeren. Zonder succes.

Toch bleef Anna niet bij de pakken zitten. Toen in 2004 mensen van TAWLAE langskwamen in haar dorp om de plannen rond de maniokverwerking voor te stellen, zat Anna op de eerste rij. TAWLAE bracht de districtsverantwoordelijken en geïnteresseerde boeren en boerinnen samen in groepen. Daarna volgden vergaderingen, marktstudies ... Keer op keer legde TAWLAE zijn conclusies voor aan de groepen voor feedback. Uiteindelijk kwam er een definitief plan.

De groepen werd aangeraden om meer land te bewerken. Land is er in de streek immers genoeg. TAWLAE introduceerde ook nieuwe variëteiten die meer resistent waren tegen ziekten. Zo kon de productie verhoogd worden. Uit studies bleek dat de meeste mogelijkheden zaten in het malen van maniok tot witte bloem, klaar voor gebruik.

De groep van Anna probeerde het uit. TAWLAE stelde aan haar groep kleine verwerkingsmachines ter beschikking. Anna zocht persoonlijk contact met enkele handelaars in Dar es Salaam en er was interesse. De afgelopen jaren schreef Anna haar ervaringen neer en vertelde erover op veel seminaries. Ze promootte haar bloem ook op lokale en nationale beurzen. Het maakte haar bekend in de streek.

Uit haar ervaring leerden de andere groepen bijvoorbeeld dat het gemakkelijker is om zelf contact te zoeken met kleine handelaars dan met grote bedrijven in de voedingsindustrie. Die laatste stellen immers kwaliteitseisen die voor de boeren en boerinnen op dit moment nog niet haalbaar zijn.

Traditioneel plantten families maniok voor eigen gebruik. In het dorp van Anna is maniok nu echter een cash crop geworden. Tot 2004 was de maniokproductie onvoldoende volgens de districtsstatistieken. Dat veranderde na tussenkomst van TAWLAE, en door het verkopen van de overschot is ook de levensstandaard van de families verhoogd.

Vandaag vertelt Anna ons dat ook dorpen buiten de interventiezone van TAWLAE de methodes
kopiëren. Vooral jongeren en vrouwen interesseren zich voor de nieuwe technieken. Ondanks de positieve evolutie, merkt Anna op dat er nog heel wat uitdagingen zijn: de lange afstanden van de velden naar de plaatsen waar de verwerkingsmachines staan, het risico dat alles nu ingezet wordt op maniok en er weinig geïnvesteerd wordt in andere gewassen, de beperkte marktkennis die de boeren en boerinnen hebben en het gebrek aan investeringskapitaal o.a. om nieuwe machines aan te kopen.

Om dat laatste probleem op te lossen heeft Anna met haar groep een spaar- en kredietinstelling
opgezet. Ze hoopt ook dat het district het maniokprogramma zal opnemen in haar ontwikkelingsplannen voor het hele district.

De komende jaren wil Vredeseilanden in Tanzania diezelfde weg inslaan: boerengroepen ondersteunen om met hun producten een stevige plaats op de markt te verwerven, vooral in de steden, waar de meeste consumenten wonen.

Ingediend door Vredeseilanden op 30 Juni, 2008 - 10:58. Categorie :