Zonnebloemtelers maken het mooie weer in Chunya

“Ze noemen ons hier de zonnebloem-mensen”, lacht Lawrence Limbe aan de telefoon. Lawrence coördineert al vijf jaar het programma van Vredeseilanden en het Belgisch Overlevingsfonds in Chunya, in het zuidwesten van Tanzania. Misschien kennen jullie hem nog, want vorig jaar in januari was hij in België op bezoek om in scholen te vertellen over zijn land.
Chunya is één van de meest afgelegen districten van het land, op anderhalve dagreis van de havenstad Dar es Salaam. Toen Vredeseilanden er vijf jaar geleden begon te werken, waren de boeren en boerinnen er nauwelijks georganiseerd.
Daar is ondertussen heel wat verandering in gekomen. Families hebben zich georganiseerd in economische groepen. Een van de meest succesvolle groepen is die van de zonnebloemtelers. Want de verkoop van zonnebloemolie blijkt een winstgevende bezigheid.
"Twee jaar geleden startten we met vier kleine bedrijfjes om de olie te persen, de administratie te beheren en de persen te onderhouden. Die bedrijfjes zijn nu volledig zelfstandig: de boeren betalen aan de medewerkers een kleine bijdrage om de olie uit hun pitten te persen en verkopen die olie dan op de plaatselijke markt", vertelt Lawrence.
"Aan klanten geen gebrek, want mensen zaten echt op betaalbare olie te wachten om vis en vlees te bakken, sauzen te maken enz. Ook de plaatselijke parochiegemeenschap is een grote klant."
Momenteel zijn er al 11 oliebedrijfjes, en is het aantal boeren dat zonnebloemen teelt toegenomen van 200 naar 1600 op twee jaar tijd ! En nog is de vraag naar olie groter dan het aanbod.
Nu willen de partnerorganisaties van Vredeseilanden vooral inzetten op het verhogen van de kwaliteit van de olie. Als ze die olie meer filtreren en uitzuiveren, kunnen ze er op termijn een hogere prijs voor vragen en misschien buiten hun district exporteren.
