Q&A

Vragen & Antwoorden over onze campagne

Hoe komt het dat de boeren te weinig krijgen voor hun producten?

Er is een stevige competitie in de hele agro-voedingsketen tot en met de supermarkten. En ook het gros van de consumenten gaat op zoek naar goedkope producten. Dat zorgt voor prijsdruk, en die komt het hardst aan bij de boeren, zij zijn zwakste schakel in de keten. Op SOSvoedselprijzen zie je dat de kostprijs van heel wat producten hoger ligt dan de prijs die de boeren er voor krijgen.

Boeren krijgen toch veel subsidies, is dat niet voldoende?

Neen, want gemiddeld verdiende de boer in België vorig jaar 20.531 euro en de sociale bijdragen en belastingen moeten daar nog af. Dat is slechts 46 procent van wat loon- en weddetrekkenden gemiddeld verdienen. Maar achter dat gemiddelde gaan grote verschillen schuil, want vijftien procent van de landbouwgezinnen had in de jaren 2011-2013 een negatief familiaal inkomen. Meer subsidies zijn ook geen oplossing: we moeten integendeel zoeken naar mechanismen dat boeren hun inkomen kunnen verdienen uit de verkoop van hun producten en subsidies niet langer nodig zijn.

Is het een oplossing als ik meer betaal voor mijn voeding?

Ja, als dat geld rechtstreeks naar de boeren zou gaan. De gezinnen besteden vandaag in België nauwelijks 13% van hun budget aan voeding, terwijl dat enkele decennia geleden nog 30% was en langer geleden 50% en meer. Het is zelfs voldoende als die 13% opgetrokken wordt tot 15% en dat geld zou integraal bij de boeren terecht komen.

Maar eigenlijk zou je als consument vaak nauwelijk meer moeten betalen voor een duurzaam product. Voor vele productketens die je in de supermarkt koopt, krijgen de boeren namelijk maar 20% van de consumentenprijs. De marge tussen keten en boer bedraagt 80%. Als je de stappen tussen producent en consument efficiënt aanpakt, kan je dus én een goede prijs betalen aan de boer en die toch nog aan een lage prijs aanbieden aan de consument. Bovendien zou het, gezien het lage aandeel dat de boeren nu vaak krijgen, ook helemaal niet zo moeilijk mogen zijn om hen een leefbare prijs te geven. Een concreet voorbeeld: stel dat kostprijs van een komkommer in de winkel 1 euro is (100 cent) en dat de boer zijn product aan 20 cent verkocht heeft. Die 20 cent bestaat uit de productiekost voor komkommers (stel 17 cent) en zijn marge (stel 3 cent). Als de supermarkt de prijs een beetje zou doen stijgen naar bijvoorbeeld 21 cent, en dit doorrekent aan de consument, betaalt de consument 101 cent, terwijl de marge van de boer vergroot van met 33% (van 3 naar 4 cent).

Uit een recente enquête van Bayer Crop Science blijkt overigens dat ruim 8 op de tien Vlamingen vinden dat boeren (soms) wel degelijk reden tot klagen hebben. Ruim driekwart is bereid om meer te betalen voor hun producten als dat een eerlijkere prijs oplevert voor de boer.

Wat kan ik dan doen als consument?

Zoek naar producten die duurzaam geproduceerd zijn. Naast de producten met een duurzaamheidslabel (zoals Fair Trade) is dat voorlopig helaas niet eenvoudig. Er bestaat geen schaal van duurzaamheid zoals dat wel het geval is voor de energie prestaties van wasmachines. En zelfs voor bioproducten ben je nog niet zeker dat de boeren een correcte vergoeding hebben ontvangen.

Wat kunnen de supermarkten doen?

In het Verenigd Koninkrijk hebben alle supermarkten een hogere prijs voor melk aangeboden aan de boeren. In België is er ook een tijdelijk akkoord met de supermarkten en alle andere ketenactoren om voor melk en voor varkensvlees een hogere prijs aan te bieden. Het is noodzakelijk dat er nu ook een stabiele lange termijn oplossing wordt gevonden.

Staat Vredeseilanden achter de eisen van de boerenbond en ABS?

Absoluut, we steunen 100% de actie voor leefbare prijzen. Dat betekent niet dat we voor alle andere zaken het ook met Boerenbond eens zijn. We zijn bijvoorbeeld minder eensgezind met het soelaas dat gezocht wordt in export naar verre markten.

Waarom is export geen oplossing?

Zoals reeds is gebleken met de Russische boycot van peren en andere producten, is het risicovol om hiervan afhankelijk te zijn. Bovendien is het op termijn niet houdbaar om een sector in stand te houden met subsidies die haar producten moet gaan exporteren. Voor sommige producten (bijvoorbeeld peren, witlof) is export wel een goede diversificatie van markten. We ondersteunen dat op voorwaarde dat de productie ecologisch evenwichtig gebeurt, er gebruik wordt gemaakt van milieuvriendelijk transport en als het niet voor een ontwrichting van de lokale markt zorgt waar het product naar geëxporteerd wordt.

Hoe zit het met de boeren in ontwikkelingslanden? Hebben zij dezelfde problemen?

De druk op de prijzen wordt door de boeren wereldwijd gevoeld, ook in Afrika, Latijns Amerika, Azië. Ook daar zijn boeren de zwakste schakel in de landbouwketen, die de meeste risico’s moeten dragen. Ontwikkelingslanden hebben geen middelen om subsidies te geven aan hun boeren om de lage inkomens te compenseren. Daarom moeten deze landen de mogelijkheid krijgen om hun markten af te schermen van goedkope import om de ontwikkeling van de lokale landbouw alle kansen te geven. Alle ontwikkelde landen hebben immers hetzelfde gedaan.

Zou FairTrade ook een oplossing zijn voor de Belgische boeren?

Fair Trade werkt (voorlopig) enkel met boeren in ontwikkelingslanden. Maar deze principes zijn zeer inspirerend voor de ‘gangbare’ ketens. Op dezelfde manier zouden fairtradeproducten van Belgische boeren inspirerend zijn voor de hele agrovoedingssector.

Wat doet Vredeseilanden concreet om te werken prijzen?

Vredeseilanden heeft 10 pistes voorgesteld om hier op te werken. Zie dit artikel, of het laatste hoofdstuk van het boek #SaveTheFoodture. In onze campagne schuiven we deze vier punten naar voren. Momenteel werken we al samen met Boerenbond, FEVIA, the Shift en Fair Trade Belgium op het verduurzamen van aankoopbeleid. We organiseren hierover een event op 8 december in het Kaaitheater.

Wat kan ik doen als burger, en als supporter van Vredeseilanden?

Supermarkten beschikken over enkele grote hefbomen om positieve verandering te brengen. Maar verandering gebeurt pas als genoeg mensen tonen dat ze dat belangrijk vinden. Daarom roepen we met onze campagne mensen om aan hun supermarkt te laten zien door de sticker “Mag het iets meer zijn? ‘t Is voor de boeren” uit te dragen.

Gaat mijn geld naar de Belgische boeren?

De inkomsten van onze campagnes gaat naar onze programma’s in 15 landen wereldwijd die er op gericht zijn de toekomst van boerenfamilies en van ons voedsel veilig te stellen. We besteden ook geld aan het programma voor België. Hier verduurzamen we de catering van grootkeukens en zetten we concrete pilootprojecten met bedrijven in de Belgische agro-voedingssector om sprongen te maken op het vlak van duurzaamheid. Een degelijke verloning van boeren staat daarbij centraal.

Met onze campagne richten we ons tot supermarkten. Heeft de overheid dan geen rol?

Toch wel. Vandaag bewegen producenten, verwerkers, supermarkten en consumenten zich in een vrije markt. Die vrije markt biedt heel wat voordelen, maar zorgt ook voor een aantal scheeftrekkingen in ons voedselsysteem: het zou niet mogen kunnen dat boeren hun producten onder de kostprijs moeten verkopen, dat er producten ingevoerd worden uit andere continenten die niet aan dezelfde duurzaamheidsverplichtingen moeten voldoen, enz. Het is dan ook nodig om te streven naar een vrije markt met waarden, zoals respect tussen handelspartners, transparantie, integriteit.

Het is aan overheden om deze marktsturende rol op te nemen. Wat kunnen de Europese Unie of nationale overheden doen om het verschil te maken?

  • Uniformiteit opleggen in de rapportering van duurzaamheidsinspanningen waardoor bedrijven gestimuleerd worden om een visie te hebben over waar ze op vlak van duurzaamheid naar toe willen.
  • Een level playing field creëren waarbij minimumnormen worden vastgelegd waaraan producten die een land of regio binnenkomen, moeten voldoen. Dit vraagt politieke wil van zowel overheden als bedrijven.
  • Een voorbeeldrol spelen in haar eigen aankoopbeleid. In ons land alleen al zijn overheidsopdrachten goed voor 16 tot 19% van het Bruto Binnenlands Product. Duurzaamheidscriteria inwerken in lastenboeken kan daarmee een grote hefboom betekenen. Daarbij kan er ook ‘beyond labels’ gegaan worden.
  • Instellen van een mechanisme om te verhinderen dat er onder de kostprijs wordt verkocht.
  • Het beleid voor landbouw, interne markt en buitenlandse handel wordt voornamelijk op Europees niveau vorm gegeven. Het is echter aan België om belangrijke issues te agenderen op de Europese agenda, en een sturende rol te spelen in de beleidsvorming. Dit ontbreekt vandaag. Onze politici kunnen nog veel meer doen om duurzame voedingssystemen op de beleidsagenda te zetten. Zowel bedrijven als middenveldorganisaties kunnen de overheid hierin ondersteunen. Het zal immers van belang zijn om samen afspraken te maken die gedragen zijn en effectief zijn in hun werking.

Wat kan Vredeseilanden doen aan de huidige vluchtelingencrisis?

Een directe impact kunnen we daar nu natuurlijk niet op hebben. Maar door te werken aan betere perspectieven met de boeren in ontwikkelingslanden komt er meer welvaart en hopelijk ook meer sociale en politieke stabiliteit in de regio’s waar we werken. De Wereldbank bracht in 2008 een rapport uit, waarbij investeren in familiale landbouw naar voren geschoven wordt als “een fundamenteel instrument voor duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding.”

Heb je nog een vraag die er niet tussen staat? Stuur ze naar:

Jelle Goossens
Jelle Goossens
Communications officer
016/74.50.33 | 0485/08.29.60