Léopold Mumbere over de veerkracht van Congolese boeren

Léopold Mumbere over de veerkracht van Congolese boeren

20/06/2016
Jo Vermeersch
Jo Vermeersch
Communications officer

Léopold Mumbere, is coördinator van het koffieprogramma van Vredeseilanden in RD Congo. De werkomstandigheden in deze regio zijn verre van makkelijk, om een understatement te gebruiken. Daarom is het des te opvallender hoe sereen en rustig een vaak goedlachse Leopold over dit alles praat. Het verhaal van Leopold begint bij de opeenvolgende oorlogen die de regio teisterden, maar toont daarna een aantal hoopvolle tekens voor de toekomst.

De geschiedenis van Vredeseilanden in Congo

Vredeseilanden is al sinds de jaren ‘80 aanwezig in Congo. Tijdens de Grote Oorlogen in de jaren ‘90 was het onmogelijk om grote projecten op te zetten. Na de oorlog, dat was vanaf 2003-2004, was het opnieuw mogelijk om samen met de boerenorganisaties te bekijken hoe we de landbouweconomie terug op de rails konden krijgen. Eerst legden we de nadruk op de productie van basisvoedsel: bonen, aardappelen, rijst en kleinvee, gewoon om ervoor te zorgen dat de mensen niet meer afhankelijk zouden zijn van voedselhulp.

We introduceerden bijvoorbeeld nieuw zaaigoed waardoor de opbrengsten snel stegen. Op een bepaald moment kwam ik een vrouw tegen die me vertelde: “Mijn opbrengst is verdubbeld, ik heb nu genoeg bonen om m’n familie te voeden, maar ik heb ook geld nodig. Ik wil de zakken bonen verkopen die ik zelf niet nodig heb. Waar is de markt? Waar kan ik een goede prijs krijgen voor mijn bonen?” Vanaf 2010 hoorden we steeds meer diezelfde vraag.

Dat deed ons beseffen dat we van aanpak moesten veranderen. Mensen hadden genoeg te eten, nu was een marktaanpak nodig. Maar hoe konden we dat doen op een duurzame manier, zodat we mensen niet afhankelijk maakten van onze steun?

Het begin van de koffie

Ik woon in Butembo. Het is ook de stad waar het bureau van Vredeseilanden gevestigd is. In koloniale tijden floreerde de koffiehandel er. We hebben maandenlang onderzocht of er echt opnieuw potentieel zat in de koffiesector. Een specialist uit Engeland heeft ons daarbij geholpen. We deden marktstudies en gingen langs bij de boeren in de dorpen. Elke keer hoorden we hetzelfde verhaal: we verkopen onze koffie aan 0,5 of 1 dollar per kg. Dat terwijl de koffie door een combinatie van bodemsamenstelling, hoogte en klimaat echt wel het potentieel had om op de kwaliteitskoffiemarkten verkocht te worden aan een veel hogere prijs. Bovendien was het vanaf 2010 duidelijk dat de wereldwijde vraag naar koffie alleen maar zou stijgen. Dus maakten we een ambitieus plan: de koffieboeren zelf weer macht geven in de koffie-business.

Centraal in ons plan staan de bouw van microwasstations. Dat zijn plekken waar de koffiebessen verzameld en gesorteerd worden en waar de koffie gepeld en gewassen wordt vooraleer hij naar de fabriek gaat. Van bij de start vroegen we aan de boeren die wilden meestappen in ons project om elk 50 dollar bij te leggen voor de bouw van de wasstations. Dat is een groot bedrag voor kleine boeren. Maar het werkte! Zo vormden we groepen van 70 tot 100 boeren rond elk microwasstation.

Ons plan was om op 4 jaar tijd 80 microwasstations te bouwen, maar na één jaar was dat getal al overschreden. En nu zitten we al aan 170 wasstations die gebouwd, in aanbouw zijn of gepland staan. Het bewijst dat de boeren echt een meerwaarde zien in onze aanpak en zich ook willen engageren. Wat zijn de voornaamste redenen die ze aangeven? Na de oogst kunnen ze hun bessen naar het wasstation brengen en ze worden meteen uitbetaald. Dat geeft zekerheid. Verder halen ze aan dat ze de transparantie belangrijk vinden: ze krijgen inzicht in hoe de prijs bepaald wordt. En als laatste zeggen ze: “We controleren nu zelf ons geld, we kunnen zelf beslissen waarin we investeren”.

Koffie wordt een vrouwenzaak?

27% van de koffieproducenten waarmee we werken zijn vrouwen. Je moet weten dat de koffiehandel traditioneel een mannenzaak is. De vrouwen zijn vooral actief in de eerste fase: de velden bewerken, plukken, pellen, wassen en drogen. Dat gebeurde vroeger allemaal thuis: de koffie werd voor de huizen te drogen gelegd. De vrouwen zijn heel erg blij met de wasstations om verschillende redenen. Het bespaart hen ten eerste heel wat werk. Je moet weten dat er geen waterleidingen zijn in Congo, dus al het water dat gebruikt wordt om de koffie te wassen, moet bij de bron, in de vallei gehaald worden. Heel zwaar werk! Nu kunnen ze gewoon hun bessen afgeven aan de medewerkers van het wasstation, zij zorgen voor de rest.

Ten tweede zorgt het voor een eigen inkomen. De vrouwen die zelf koffievelden hebben, rekenen niet meer op hun man om de koffie te gaan verkopen. En in de families waar de vrouwen geen eigen velden hebben, zorgt het voor meer transparantie: het gebeurt immers minder vaak dat de mannen toevallig ‘overvallen’ waren in de stad en dus zonder geld terug thuis kwamen. De koffie wordt nu verkocht aan het wasstation in hun dorp, en wordt dan allemaal mooi geregistreerd.

Uitdagingen voor de toekomst

Een stabiele relatie tussen de koffieproducenten en de bedrijven die de koffie opkopen is van fundamenteel belang. De klanten verwachten dat de koffie die ze kopen bij elke oogst van dezelfde kwaliteit is. Als een coöperatie in een bepaald jaar een container koffie van mindere kwaliteit levert, dan zet dit de commerciële relaties op de helling. Het is dus aan de producenten om zich zo te organiseren dat ze de kwaliteitsstandaarden kunnen behouden.

Een tweede uitdaging heeft te maken met werkkapitaal. Vlak na de oogst moet de coöperatie de koffiebessen kunnen opkopen bij de boeren, om die dan te verwerken en pas enkele weken of maanden nadien te verkopen aan geïnteresseerde klanten. Dat werkkapitaal is heel moeilijk te verkrijgen. Lokale banken vragen een interest van 16 tot soms zelfs 40 percent! Dat maakt het heel moeilijk om een winstgevend bedrijf uit te bouwen. De zoektocht naar werkkapitaal is dus cruciaal.

Ons streefdoel voor de eerste 4 jaar was na twee jaar al overschreden. De boeren engageren zich volop.

Léopold Mumbere Coördinator van het koffieprogramma in Congo

De laatste uitdaging is misschien wel de moeilijkste: de mentaliteitswijziging. De koffieboeren zijn helemaal niet gewoon om als ondernemers te denken en een commerciële logica te volgen. Vele werknemers en bestuursleden van de coöperaties zitten nog vast in een ngo-projectlogica, waarbij gewerkt wordt met giften. Dát omdraaien is heel moeilijk. Als je wil zaken doen, moet je de markt (leren) kennen, berekeningen kunnen maken, anticiperen, opportuniteiten grijpen, risico’s nemen, af en toe durven mislukken.

De coöperaties hebben nog een lange weg te gaan vooraleer ze stevig genoeg zijn om zonder coaching van Vredeseilanden te kunnen meespelen op de internationale koffiemarkt. Dat is ons einddoel. En ik geloof echt dat ze zullen slagen!