Geschiedenis

Vredeseilanden zoals het vandaag gekend is, kreeg in 2001 definitief vorm na een fusie tussen Vredeseilanden, COOPIBO en FADO. Na de fusie werd beslist enkel de naam Vredeseilanden te behouden, omwille van de bekendheid bij het grote publiek.

Voor de fusie legden de drie organisaties individueel een hele weg af, die inhoudelijk al vele raakpunten vertoonde. In 2001 begon het nieuwe Vredeseilanden zich te reorganiseren en spitste de organisatie zich nog meer toe op ontwikkeling via inkomen uit duurzame landbouw.

Vredeseilanden sinds 1958

1958: Dominique Pire, oprichter van "Iles de Paix", krijgt de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn werk met vluchtelingen en oorlogsslachtoffers van Wereldoorlog II en voor het belang dat hij hechtte aan constructieve dialoog en conflictpreventie.

Dominique Pire richt de Vredesuniversiteit op waar hij jongeren uit de derde wereld uitnodigt die later mogelijk decision makers worden. Hoofddoel is de mensen bewust te maken van de benarde situatie waarin internationale vluchtelingen moeten leven, en hierop een antwoord te bieden.

Meer over Dominique Pire

Dominique Pire werd geboren in Dinant in 1910. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ontvlucht de familie Pire de stad. Deze ervaring zal het latere sociale engagement van Dominique bepalen. Hij treedt op 18-jarige leeftijd in bij de Dominikaner Orde, in het klooster van La Sarte, Hoei.

Inzet voor vluchtelingen

Heel snel gaat hij zich bezig houden met sociale acties ten behoeve van de armste families: openluchtkampen voor hun kinderen, de dienst voor familiale bijstand.

Na Wereldoorlog II voert hij campagne voor vluchtelingen uit Oost-Europa. Via zijn vereniging APD (hulp aan vluchtelingen) zoekt hij zoveel mogelijk naar oplossingen om de vluchtelingen die in kampen ondergebracht zijn te helpen: peterschap, Europese dorpen die vluchtelingen willen integreren in hun samenleving, opvangtehuizen voor oude mensen die nergens terechtkunnen...

Voor deze inzet voor de Oost-Europese vluchtelingen krijgt hij in 1958 de Nobelprijs voor de Vrede.

De echte wortels van conflicten aanpakken

Het drama van de vluchtelingen is slechts de top van de ijsberg. Dominique Pire wil de echte wortels van de conflicten aanpakken, die de oorzaak zijn van het onrecht in de wereld. In die optiek richt hij in 1960 de Vredesuniversiteit op, waar jongeren van de hele wereld naartoe komen om met elkaar in dialoog te gaan over een daadwerkelijke, vredevolle oplossing van conflicten.

Twee jaar later, na een missie om de problemen van de vluchtelingen van het Indisch-Pakistaanse conflict te bestuderen, wordt Dominique Pire getroffen door de ontwikkelingsproblematiek van de Derde Wereld.

Het eerste Vredeseiland

Deze bewustwording resulteert in een zeer concreet project – zoals van een man van de actie als Pire kan verwacht worden. Hij sticht in Gohira, Oost-Pakistan – het huidige Bangladesh – het eerste Vredeseiland.

In tegenstelling tot de caritatieve urgentiehulp die slechts een tijdelijk antwoord is op een probleem, richt dit project zich op een langdurige samenwerking met de bevolking. Samenwerking die stoelt op de ontwikkeling van de eigen middelen, hoe beperkt ze ook mogen zijn.

Dominique Pire overleed in januari 1969 door complicaties na een chirurgische ingreep. Hij was 59.

1962: Vanuit de idee dat ontwikkeling zonder vrede onmogelijk is, sticht Dominique Pire een eerste “Vredeseiland” in Gohira, Bangla Desh. 1967 tot midden 80: Nog andere vredeseilanden werden opgericht door Iles de Paix-Vredeseilanden: Kalakad (India) en Tombouctou (Mali).

1979: De Raad van Bestuur van Iles de Paix - Vredeseilanden kiest, onder impuls van haar Vlaamse leden, eenstemmig voor de oprichting van een autonome Vlaamse zusterorganisatie, naast de Franstalige Iles de Paix.
1980: Vredeseilanden positioneert zich als een onafhankelijke, pluralistische ontwikkelingsorganisatie. Haar hoofdactiviteiten bestaan erin fondsen te werven en campagne te voeren in Vlaanderen ter ondersteuning van overkoepelende projecten (Tombouctou en Yalogo).
1985-1990: Vredeseilanden begint met eigen projecten in West-Afrika (Togo) en Centraal-Afrika (Rwanda).

1990: Vredeseilanden verwerft bekendheid in Vlaanderen via de media en culturele activiteiten.

COOPIBO sinds 1976

1976: COOPIBO scheidt zich af van 'Internationale Bouworde' en wordt een onafhankelijke pluralistische niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisatie.
1985: Coopibo start haar werking in Vlaanderen. De NGO specialiseert zich in gender, kleine boeren, methodologische begeleiding en beperkt zich tot een aantal landen.
Begin jaren ‘90: COOPIBO concentreert zich op duurzame landbouw in Vlaanderen en in het Zuiden.

Meer over COOPIBO

Coopibo is kind van de grote contestatiebeweging in de jaren ’60-’70. Vanuit haar derdewereldpraktijk met basiswerk en volkspartners sinds 1962 werd Coopibo een pluralistische autonome vereniging in 1976. Dit losmaken van de meer caritatief geïnspireerde moederkoepel Internationale Bouworde gaf een nieuwe dynamiek aan het jonge Coopibo.

De bevrijdingstheologie vanuit Latijns-Amerika en de principes van basisparticipatie van Paulo Freire's "pedagogie van de onderdrukte" en het Afrikaanse doen en denken rond self-reliance en culturele identiteit gaven inspiratie.

Een organisatie met scherpe focus

In de jaren ’80 profileerde Coopibo zich als operationele organisatie die scherpe keuzes maakte.

  • Kiezen voor een afgebakend werkveld, namelijk duurzame landbouw;
  • Duidelijk kiezen voor boeren en vooral boerinnen die nog perspectief zien in de landbouw;
  • Kiezen voor organisatieversterking in plaats van zich blind staren op pure technologieoverdracht.

Vanaf 1985 werd geopteerd voor professionalisering en het systeem van landkantoren. In deze periode werkte Coopibo in 7 concentratielanden in Afrika en Latijns-Amerika met een 50-tal partnerorganisaties en een personeelspool van ± 70 mensen.

Eveneens in deze periode zette Coopibo een veelheid van autonome structuren op de rails als eindverantwoordelijke, inspirator of stichter: CoprogramSouth Research – Wit over Zwart – Samen – CESAP e.a.

Landbouwprogramma in Vlaanderen

Vanaf 1990 werd expliciet gekozen voor een dubbelproject in Noord en Zuid door op een gelijkaardige wijze met boerenorganisaties en andere landbouwpartners in Vlaanderen te werken.

Samen door de Rwanda-crisis

De Rwanda-oorlog en genocide in 1994 betekende een keerpunt voor de organisatie. In Rwanda, Noord- en Zuid-Kivu (Congo) werd de band gemaakt tussen operationeel werk ter plaatse, politiek lobbywerk in België/Europa en de publieke opinie in Vlaanderen via de media.

In die periode kreeg de samenwerking met Vredeseilanden gestalte: Coopibo met haar netwerk in het Zuiden en Vredeseilanden met haar netwerk en expertise in het Noorden. Dat bleek complementair!

Dit hoofdstuk werd abrupt afgesloten toen in 1995 het Rwanda-consortium (met Coopibo, Vredeseilanden en SOS-Faim) officieel uit het land werd gezet. Na Indonesië (1982), Uganda (1978) en Tunesië (1984) was dit de vierde keer dat Coopibo op de politieke tenen had getrapt van de toenmalige machthebbers en organisatie non grata werd verklaard.

Maar de kiem voor samenwerking was gelegd, het 'samen afzien rond Rwanda', leidde tot een fusie met Vredeseilanden in 1998 met als Coopibo-inbreng: een sterk organisationeel model, een assortiment aan methodologische tools en veel ervaring met beleid en partnerwerking.

FADO sinds 1955

1955: Een aantal mensen verzamelt zich rond René Daem, die op Flores (Indonesië) werkt rond gezondheidszorg en armoedebestrijding. De organisatie "Floresvrienden" wordt opgericht.
1973: Floresvrienden wordt een niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisatie met activiteiten in Indonesië, Senegal, Bolivia en op de Filippijnen.
Midden jaren '80: Floresvrienden krijgt een andere naam: FADO (Flemish Organisation for Assistance in Development). De NGO specialiseert zich in duurzame landbouw in Zuid-Oost-Azië.
1991: Er wordt een landenbureau geïnstalleerd op Bali (Indonesië).
1994: FADO tekent een overeenkomst met FOS, het Belgische Fonds voor Ontwikkelingssamenwerking, met het oog op samenwerking in Vietnam.

Vredeseilanden en COOPIBO komen elkaar tegen

1994-1995: Tijdens de Rwanda-crisis wordt een operationele samenwerking met Coopibo opgezet. Vredeseilanden voert campagne in Vlaanderen voor de programma's van Vredeseilanden en Coopibo in de streek van de Grote Meren/ in Rwanda.
1997: Vredeseilanden en COOPIBO beginnen fusiegesprekken rond hun gemeenschappelijke activiteiten met het oog op professionalisering en schaalvergroting.
1998 (1 januari): Vredeseilanden en Coopibo fuseren. De nieuwe organisatie gaat door onder de naam Vredeseilanden-COOPIBO. In het Zuiden wordt dat de afkorting VECO.
2000 (juni): Het eerste Congres in Benin resulteert in de definitie van de strategische focus: organisatorische ondersteuning, advocacy en allianties.

FADO sluit zich aan bij Vredeseilanden-COOPIBO

1 januari 2001: Vredeseilanden en COOPIBO fuseren met FADO. In België draagt de organisatie voortaan kortweg de naam Vredeseilanden. Daarna volgt een reorganisatie en strategische planning.

Nieuwe missie

2007: Vredeseilanden verscherpt haar missie. We willen bijdragen aan betere levensomstandigheden voor boerenfamilies in Noord en Zuid, en zetten een inkomen uit duurzame landbouw centraal in onze werking.  We ondersteunen onze partnerorganisaties via 8 regionale kantoren, VredesEilanden Country Offices (VECO). Buiten België is Vredeseilanden dan ook gekend onder de noemer VECO.

In 2016 veranderen we onze organisatiestructuur en in 2017 vervellen we volledig tot een nieuwe internationale netwerkorganisatie met de naam Rikolto.